Ian de Sweemer is 5 jaar als hij nietsvermoedend de huiskamer binnen komt lopen. Zijn eeuwige gezeur heeft zin gehad, want daar staat zijn felbegeerde eerste crossmotor te glimmen, midden in de huiskamer.

[logo-carousel id=banners-2]

Ians vader legde de basis in het gezin en crosste hobbymatig tot zijn longen het niet meer toelieten. Het was bijna vanzelfsprekend dat de kleine Ian vroeg of laat op een motor zou klimmen. Vader Sweemer was ondanks het feit dat hij zelf niet meer kon rijden vastbesloten in de cross te blijven. Nog geen twee jaar later stond er een heus cross team waarin hij jonge talentjes een kans kon geven. Ian doorloopt de verschillende jeugdklassen welke hij verschillende malen bekroond ziet met een kampioenschap. Een belofte was het zeker, op weg naar nog veel meer mooie dingen.
Roerloos op de harde grond
Nog maar 3 maanden geleden sloeg het noodlot toe. Hij had net de overstap naar de MX2 klasse gemaakt en had zijn zinnen gezet op het nieuwe seizoen. Het zou een avontuur worden omdat hij ook Europees wat wedstrijden mee zou gaan rijden. Ook waren er plannen gemaakt om zich wat meer te gaan specialiseren in het super crossen. Een tak van sport die hem erg goed lag. Ondanks het seizoen ten einde is besluiten ze nog een wedstrijd in Beervelde mee te pakken omdat hij zoveel mogelijk met de nieuwe motor wil kunnen rijden. Het nieuwe seizoen staat tenslotte al snel weer voor de deur. Het rijden gaat lekker totdat hij bij het uitkomen van een bocht de controle over zijn KTM kwijt raakt ongelukkig van zijn motor slaat. Nog geen 50 meter verder staat zijn vriendin te wachten met haar camera. Als het haar te lang duurt vooraleer hij weer doorkomt gaat ze angstig op zoek. Dan vindt ze hem, roerloos op de harde grond. Ian voelde meteen dat het mis was. ‘Ik probeerde me te verplaatsen maar merkte meteen dat mijn benen niet meewerkten’. Er gaat dan van alle door je heen, maar gek genoeg toch niet meteen het ergste.

‘Dat het mijn leven was’
Eenmaal in het ziekenhuis wordt alles langzaam maar zeker duidelijk. ‘Wat buitenstaanders vaak niet kunnen begrijpen is dat je vrij vlug schakelt in je hoofd. Op de een of andere manier denk je al snel aan hoe je verder moet en veel minder aan de dingen die je kwijtraakt. Ik vond het erger voor mijn familie en vriendin, dan voor mezelf. Ik heb tenslotte altijd verkondigd dat ik niets liever wilde dan crossen. Dat het mijn leven was.’ Voor schuldgevoel is er dan ook geen plaats. In de maand die volgde was er veel medelijden vanuit zijn ouders. Zijn moeder had het er echt heel slecht mee en moest nogal eens een traantje wegpinken. Niet meer dan menselijk natuurlijk als je je enigste kind op zo’n jonge leeftijd al in een rolstoel ziet zitten. Door Ians positiviteit ebde dat langzaam maar zeker bij haar weg. Acceptatie volgde.

[logo-carousel id=banners-2]

Grenzen opzoeken
‘Ik heb redelijk lang in het ziekenhuis moeten verblijven.’ Nog niet eens door zijn letsel, maar er was geen plaats in het revalidatiecentrum op dat moment. Dat duurde zeker 5 weken. Ian heeft in die ‘wachttijd’ in het ziekenhuis al veel geoefend. Hij was al snel in staat om eigenhandig in en uit bed te kruipen. Ook kon hij al een auto in en uit komen zonder hulp. Inclusief stoel inklappen en meenemen. Hierdoor kon hij met een voorsprong aan zijn revalidatie beginnen. Hij zou geen echte crosser zijn als hij al niet een aantal keren achterover was geklapt met zijn rolstoel. ‘Grenzen opzoeken zit er nog wel een beetje in hoor’. Met revalideren gaat het uiteraard om het boeken van progressie. Alleen ligt de nadruk van de ergotherapie echt op technieken van rolstoelgebruik en het verplaatsen zonder. ‘Ik probeer zo ver mogelijk op eigen kracht ergens te komen’. Lukt dat niet meer, dan accepteer ik wel hulp, maar anders echt niet. Iedere keer een paar meter meer is ook vooruitgang. Vorige week heb ik een nieuwe rolstoel besteld. Het is er een zonder handvatten, zodat iemand me ook heel moeilijk te hulp kan schieten. In het revalidatie centrum heb ik veel steun aan lotgenoten. Ze hebben allemaal wat anders, maar wel met dezelfde instelling. We praten veel met elkaar wat een hechte band aan het vormen is. Het is mooi dat ik hier ook mijn UZ studie op kan pakken. Ik kan gewoon met mijn eigen boeken de lessen volgen, want dat wil ik graag. Ik was aan het leren voor lasser en dat zou ik graag afmaken. Er wordt wel gekeken naar veiligere lastechnieken in verband met het spatten. ‘Als mijn benen in de brand staan zou ik het weten door de geur, maar zeker niet door de pijn.’

Zelfstandig wonen
Qua revalidatie is Ian al zo ver dat hij binnenkort starten met ambulante therapie. Dat wil zeggen dat hij dan niet meer intern is en thuis zou kunnen wonen. ‘Ik ga dan net als iemand die naar zijn werk gaat ’s morgens, naar de therapie en ’s avonds weer naar huis.’ Dat zou al weer een dikke ‘stap’ vooruit zijn. Zijn ouders hebben de garage al een beetje voor hem aangepast. ‘Ik zou daar naast sporten een begin kunnen maken met zelfstandig wonen. Ik heb daar een eigen slaapkamer en een keukentje waar ik mijn eigen ‘potje’ zou kunnen koken. Dat lijkt me geweldig. Ik heb enorm veel steun aan mijn vriendin. Ze liet er bijna haar school voor schieten om maar bij me te kunnen zijn en me te helpen. De zin voor andere dingen was er even niet meer. We hebben toen veel gepraat en ik heb aangegeven dat ze wat minder met mij bezig moest zijn en zich diende te concentreren op haar studie. Dat heeft ze gelukkig weer goed opgepakt en de goede cijfers zijn weergekeerd. We waren nog maar 3 maanden bij elkaar toen ik mijn ongeluk kreeg, maar de band is mede hierdoor erg sterk geworden. We hebben het heel stiekem wel eens over de toekomst, maar niet al te diep nog. We zijn nog erg jong natuurlijk.’

[logo-carousel id=banners-2]

Het zal wel bij dromen blijven’
Echte plannen voor de toekomst heeft Ian nog niet. Er spelen wel wat dingen door zijn hoofd natuurlijk. Zijn motor bijvoorbeeld. Die staat op een plaats waar hij helemaal nagekeken wordt. ‘Ik kan er nog geen afstand van doen en dat hoeft ook gelukkig niet van mijn ouders. Het is een deel van mijn leven tenslotte.’ Z e hebben het er over gehad om er wellicht later beugels aan te monteren, net als bij lotgenoot Joel Roelants. ‘Ik zou zo graag nog eens rijden.’ Na een periode van 12 jaar intens cross genot is het misschien ook wel een mooie manier van afscheid nemen. Stiekem heeft hij wel eens gedacht aan een kleine competitie van rijders met een dwarslaesie. Er zijn er inmiddels wel een redelijk aantal en Joel heeft laten zien dat het zeker mogelijk is. ‘Het zal wel bij dromen blijven’, lacht hij. Tijdens de revalidatie heeft Ian ook kennis kunnen maken met andere sporten die je vanuit een rolstoel kunt beoefenen, zoals tennis en badminton. ‘Mijn hart ligt daar niet, maar de keuze is in mijn geval wel erg beperkt geworden natuurlijk.’ Ook ziet hij wel mogelijkheden in het trainen en begeleiden van andere rijders, maar dat is echt toekomstmuziek. De cross vaarwel zeggen zit er heel zeker niet in. ‘Ik zal zeker nog vaak te zien zijn op de cross. Bijna al mijn vrienden rijden en ik zou er erg graag bij betrokken blijven. Aan die jongens zal het niet liggen, die staan zo voor de deur…’

(Foto’s met dank aan Peter Borremans en More Heijt – www.mhmxpics.nl)