Wat is dat nou, ‘crossen.’

In tegenstelling tot mijn natuur ben ik een kwartier te vroeg. Desondanks word ik hartelijk ontvangen door  Vader van Berkel. Zelf ooit fervent hobbycrosser. Het niveau waarop hij indertijd ook weer gestopt is. De crossgenen van Lars zouden dus wel eens van vader Harry kunnen komen. Het gezin van Berkel bestaat, buiten de ouders, uit twee dochters en een zoon. Een van de dames huist momenteel in Parijs waar ze met groot succes volleybalt in de Franse competitie. De andere dochter werkt in ons eigen landje met veel succes een  volleybalcompetitie af. Zij kregen beide hun sportgenen mee van hun moeder die actief stopte toen het eerste kind zich aandiende.

Lars komt, samen met zijn moeder, binnen met een doos boodschappen. Het is een vrolijke, uitbundige jongen. Ondanks dat hij een voorbeeldig student was en nog steeds is heeft hij toch wel last gehad op school. Niet echt gepest, maar hij week duidelijk af van de voornamelijk voetballende rest. ‘Wat is dat nou, crossen?’ Jaloezie kan net zo gemeen zijn als pesten voor een kind. ‘Ik ben absoluut geen teamsporter.’ Dan wijk je al snel af van een hele grote groep.

‘Wanneer krijg ik een motor?’

Het crossvirus van Lars kwam al in een heel vroeg stadium naar buiten. Zijn eerste drie woordjes waren dan ook: ‘Papa, mama en motor. ’ We hebben onszelf heel vaak afgevraagd waar hij dat vandaan had.’ Iedere avond, als zijn moeder hem instopte, kwam hij met dezelfde vraag: ‘Wanneer krijg ik een motor?’ Dit heeft hij volgehouden tot uiteindelijk pas op zijn twaalfde deze wens in vervulling ging. In de tussenliggende periode was Lars een begenadigd BMX er. Dat talent uitte zich in een waar wereldkampioenschap. De belofte was gemaakt: ‘Als je kampioen wordt krijg je een crossmotor’, had zijn vader jaren eerder beloofd. Lars lacht. ‘Toen ik op dat podium stond dacht ik maar aan één ding: ‘Nu krijg ik een motor.’ Nog  8 verschrikkelijk lange weken moest hij wachten op zijn stalen droom. ‘Ik werd bijna gek. Daar wachtte ik al negen jaar op.’  Moeder geeft aan dat er natuurlijk nog twee kinderen zijn waar ze rekening mee dienden te houden. ‘Gullie hed ’t altijd mar over geld’, lacht Lars, maar beseft terdege dat er hard gewerkt moet worden voor iedere euro die uitgegeven wordt. Zijn dankbaarheid is duidelijk te zien.

Aanstormend talent

Zijn ouders vonden het zonde om de BMX meteen aan de alom bekende wilgen te hangen dus deed Lars het opvolgende jaar beide. Met zijn crossfiets werd hij dat jaar kampioen van Nederland en tweede in het EK. Op zijn motor sloot hij zijn MON seizoen netjes en boven verwachting af met een prachtige derde plaats. Alsnog ging de fiets de bomen in en hij stortte zich helemaal op het crossleven. Dat ging snel en goed waardoor hij opgemerkt werd door Jan van Hastenberg en Kay Hennekes. Al vlug werd hij ingelijfd en begeleid om hem naar een hoger niveau te brengen. Als aanstormend talent reed hij zich flink in de kijker. Met volle overgave deed hij wat er van hem verlangd werd en dat begon langzaam maar zeker zijn vruchten af te werpen.

Blessureleed

Dat hij talent heeft werd nog maar eens duidelijk bevestigd in Hawkstone Park. Hier reed hij zich goed in de kijker door de superfinale met een prachtige derde plaats af te sluiten. Drie weken later ging het vreselijk mis. Na een harde crash blesseerde hij zijn schouder dermate ernstig dat hij een dikke twee maanden heeft moeten laten schieten. ‘Dan begin je het seizoen al weer met een achterstand natuurlijk’, aldus een bedenkelijk kijkende Lars. Toch wist hij ijzersterk terug te komen.

Einde van een droom

Uitkijkend naar de rest van de komende wedstrijden werd het seizoen halverwege rigoreus afgekapt. Het team werd opgedoekt en Lars viel in een diep gat. Einde van een droom. Zowel mentaal als materieel zat hij aan de grond. Geen motoren meer en ook geen vooruitzicht waar hij zich aan op kon trekken. Die verslagenheid werd opgemerkt door goede vriend Mario Beekveld. Uit pure vriendschap stelde hij een dikke tweetakt ter beschikking waardoor Lars in ieder geval kon blijven rijden. Dat Lars kan crossen wist iedereen en het bleek al snel dat deze jongen gewoon op een motor hoort te zitten. Het resterende seizoen reed hij de open MON kampioenschappen mee waar hij met grote overmacht verschillende wedstrijden op zijn naam schreef.  ‘Met alle respect voor de MON, maar iedereen zag wel dat ik daar niet thuishoorde’, zegt Lars trots. ‘Gek genoeg is met zoveel afstand winnen op een gegeven moment niet meer leuk.’ Ondanks alle tegenslagen wist hij het onheilspellende jaar toch nog af te sluiten met een 7e plaats in het ONK en 16 GP punten.

HNHF-Kawasaki Team

Zijn prestaties werden in ieder geval wel opgemerkt door Harry Nolte die hem vroeg eens te komen praten. In die tussentijd waren er ook al gesprekken gaande met KTM Nederland voor een gedeeltelijke sponsoring. Harry kent Lars al een lange tijd en kent als geen ander de drive en inzet van de jonge crosser uit Veghel. Uiteindelijk deed hij hem een aanbod wat hij niet af kon slaan en Lars tekende. Zo werd het nieuwe team van Harry Nolte en Harry Fase geboren. Het HNR-F&H Crone-Kawasaki Team heeft inmiddels al uitgebreid getest en getraind in o.a.Spanje. Zelfs toen hij daar jarig was wilde Lars niet terugkomen. ‘Wat moet ik nu in Nederland doen mam?’

Lars heeft prioriteiten gesteld. Dit wordt zijn seizoen, dat is zeker. Het beste ooit.

Alles is klaar en klopt. De Kawasaki lag hem al meteen vanaf de eerste testrit en de conditie is meer dan op peil.

Het bruist weer in Veghel…

Benieuwd naar Lars in 2015? Volg dan zijn persoonlijke maandelijkse column in Noppennieuws.