BetaRilland

Twee weken lang, iedere dag eventjes in de garage kijken. Er op zitten en aan vriendjes laten zien. “Pap, wanneer gaan we dan?”.

Ik weet het nog zo goed, mijn eerste keer. Ik barstte van de zenuwen. Onderweg naar de crossbaan probeerde ik achterin de bus, op een kratje, m’n “vetleren” laarzen aan te krijgen. Ik weet niet meer welk merk het was maar het was erg dik leer en moest met een tang de sluiting aantrekken. Het zweet stond al op mijn voorhoofd toen we op de crossbaan aankwamen. Een motordealer uit Klundert (Hans Heystek)vond indertijd dat ik een 250 Beta wel aan kon. “’T is een flinke vent” hoorde ik hem tegen mijn vader zeggen. Op zich was het een compliment, maar achteraf denk ik dat hij het dingetje gewoon kwijt moest. De rit was een drama, maar dat is vaak bij de eerste keren van allerlei dingen. Mijn eerste bocht eindigde op een veld naast de baan gelegen. Over een sloot heen “gesprongen” stond ik verdwaasd te kijken hoe ik weer op het circuit terecht zou kunnen komen. Mijn eerste echte sprong was een “no legger” van de eerste orde. Daar zou ik nu veel punten voor krijgen op de “X games”. Ik weet nog goed hoe ik me erna voelde. “Ik had gesprongen, ik was een man”. De avond voor mijn eerste wedstrijd in Rozenburg keek ik naar de tv en bedacht waar ik mijn beker zou zetten die ik misschien de volgende dag wel zou winnen. Die tv is lang leeg gebleven. Met m’n eerste beker heb ik sex gehad, zo blij was ik er mee. Het duurde vrij lang eer ik het een beetje te pakken had, maar ineens lukt het gewoon allemaal. Na twee van die Italiaanse kanonnen ben ik teruggestapt naar een 125 KTM afkomstig van Gerry Franken, die ik wat beter de baas kon. De jaren daarna waren geweldig en hebben me veel geleerd. Het leerde me vooral door te zetten, m’n horizon te verleggen en nooit, maar dan ook nooit op te geven. Niet in de cross maar ook niet in het leven. Vallen en opstaan, weer vallen en maar weer opstaan. Ik wil er niet stoer over doen maar ik heb wel het idee dat het te vergelijken is met een behoorlijke militaire opleiding. Voor mijn gevoel gaf het me een meerwaarde en ben erg blij dat ik de kans heb gehad dit te mogen doen.

Hij heeft inmiddels voor de eerste keer gereden, m’n zoontje More. Ook op zomaar een veldje en ook hij was nerveus. Hij vond het geweldig en ik waarschijnlijk nog meer. Hij reed zijn rondjes, netjes met de voetje op de steunen. Reed uit stilstand weg zonder problemen en kwam zo ook weer bij de bus aan. Nog niet gesprongen, ook niet over een sloot. Na een paar rondjes stopt hij weer en zet z’n motortje netjes in z’n vrij. Doet zijn brilletje af en kijkt me aan. “Gaaf hoor pap, echt gaaf” zegt hij met glinsterende ogen. “Heb je het niet koud pap?’ Ik verzeker hem dat ik lichamelijk geen problemen heb. Wat ik niet zeg is dat ik al een paar keer emotioneel volschoot bij het zien van zijn rijkunsten. Hij wil het zo graag en ik gun het hem zo. Hij heeft iets nodig als dit, het gaat hem vormen, dat weet ik nu al. Hij trapt zijn KTM etje weer aan en zegt, “ik ga nog even pap. “Ga maar lekker in de bus zitten hoor, je ogen zijn nat van de kou”