[logo-carousel id=banners-2]

Giel belt me. ‘Kom je nog even een bakkie doen?’. Altijd loop ik tijdens een wedstrijd wel even langs de camper. Dag zeggen en vragen hoe het er voor staat. Giel had me eerder al eens gevraagd hem het niet kwalijk te nemen als hij op wedstrijddagen wat stiller is. Geen kapsones, maar echte vaderstress. Zeker op niveau met grote belangen kan ik me dat heel goed voorstellen. Tijdens een clubwedstrijd van mijn zoon gaan mijn nagels er al aan. De sfeer is goed onder de luifel. De familie bij elkaar is de beste voorbereiding voor wat komen gaat. Nancy praat veel en lacht hard. Natuurlijk speelt het door haar hoofd. Zondag kan ze zomaar de beste van de wereld zijn. Enig idee hoe groot die is en hoeveel mensen er op rondbanjeren? Die gedachte maakt zelfs mij nerveus. Giel haalt oude, zeer grappige koeien uit de naastgelegen sloot. Iedereen aan zijn lippen. Hij is echt leuk en brengt het als een pro. Als we terug gaan besluit ik het verdere contact af te kappen. Een appje is genoeg.

‘Niet nog een keer’
Gewoon één fan uit de massa crossgekken die vindt dat ze het verdiend heeft. Met alles er omheen heeft ze zich meer dan kranig geweerd dit seizoen. Dan mag je van mij de bloemen hebben. Zeker, alle dames uit haar klasse verdienen het respect. Allemaal zullen ze hard trainen en hun ‘normale’ leven opofferen voor het hoogst haalbare. Toch heb ik een zwak voor dit meisje dat eerst helemaal niet mocht crossen van haar vader. Ik heb ook maar 1 dochter. Misschien ook wel begrijpelijk als je weet hoe het broer Rinus vergaan is. ‘Niet nog een keer’, moeten Giel en Janneke gedacht hebben. Ik heb haar meermaals zien trainen. Met open mond vergeet ik dan wel eens dat het een meisje is. De controle en snelheid waarmee ze rondgaat is waanzinnig. Het respect is nu wel afgedwongen. Haters zijn er altijd.

We waren er verdomme!
Van boven in de pitlane volgen we haar. Het stukje baan dat ik niet kan zien volg ik op het beeldscherm. Met gebalde vuisten kijk ik haar de baan rond. Ik help haar door de modderige bochten en duw haar de heuvels op. Het moet. Nu is het moment. Zo dichtbij. ‘Hadden we maar champagne meegenomen pap’, zegt mijn zoon. Inderdaad, dat ik daar niet aan gedacht heb. Ik wist tenslotte heel zeker dat het zou gebeuren vandaag. Als de laatste twee ronden ingaan wil mijn zoon alvast naar de finish waar ook de huldiging plaats zal vinden. ‘Daar moeten we wel bij zijn’, zegt hij weer. Hij heeft gelijk, dit is een moment om nooit meer te vergeten en wij zijn er gewoon bij. Hoe gaaf is dat. Net als we weg willen lopen zie ik haar omvallen. Ik weet dan nog zeker dat ze haar Yamaha op zal pakken. Die twee meter naar de top moet geen probleem zijn. Ze is al zo ver. Ik knijp het bloed uit mijn vuisten. Het kan niet waar zijn. Ze doet alles, maar het lukt niet. Beneden me hoor ik de rest van het gezin schreeuwen. We waren er verdomme! Haar droom glijdt langzaam uit haar modderige handen. Verslagen zie ik haar naar haar blauwe vriend kijken. Hij wil nog wel maar de combinatie is op. Leeg. Het duurt te lang en ze beseft het zichtbaar. Overmand door onmenselijke overmacht moet ze opgeven. ‘Opgeven’. Ze weet volgens mij niet eens hoe je het schrijft.

Ik heb haar niet meer gezien of gesproken. Het zal vol hebben gestaan rond de camper. Medeleven met volle bakken over haar uitgestort. Dan is het leven weer eens niet eerlijk, zoals zo vaak. In een seizoen met ‘normale omstandigheden’ is ze gewoon de beste. Wij weten dat en haar familie weet dat. Iedereen weet het. Net zoals bij Jeffrey zal haar tijd komen. Na zaaien komt het oogsten. Vroeg of laat, maar altijd…

(Foto met dank aan Eric Laurijssen en motocrossplanet.nl)