Twee OerHollandse ‘jongens’ gesneden uit het hardste hout. Je wordt geen sportman van het jaar door het behalen van een kampioenschap alleen. Natuurlijk is dat de kers op taart die je bakte met je ouders, trainers en iedereen om je heen, maar velen beseffen niet aan wat er aan vooraf is gegaan. Vaak word je al vroeg en misschien ongewild met de geïnfecteerde boter ingesmeerd. Later blijkt of je het wel zo leuk vindt allemaal en of het een vervolg heeft. Alleen je, deels in de genen meegekregen, talent is namelijk niet genoeg. Een karakter krijg je mee en daar valt moeilijk aan te tornen. Alles doen en er nog meer voor laten. Dag in dag uit, jaren aan een stuk. Nooit naar de kroeg en bewust eten. Op tijd naar bed en altijd maar weer alles geven. Alles. Dag in, dag uit, het hele jaar rond. De publieke belangstelling trotseren, positief en negatief. De wereld kijkt en luistert mee. Oordeelt en veroordeelt. De besten hangen luid schreeuwend over het hek, snakkend naar adem. Zo zijn er al veel talenten in verschillende sporten afgehaakt.  ‘Verloren gegaan’.  Soms tot verdriet, maar heel vaak ook bewust. Een leven dat je kiest. Dan is er nog een factor geluk. Kom je in contact met de juiste mensen en krijg je de beschikking over het juiste materiaal? Alleen dan is de zwaarbenodigde tijd vrij te maken om er het maximaal haalbare uit te halen. De avonturen van Jef en Max zijn nog lang niet ten einde. Twee jonge mannen met nog heel wat mooie, maar heftige jaren voor de boeg. Het is goedbetaald werk, maar zwaar. Loodzwaar. Geen snipperdagen en amper vakantie. Als het meezit 15 tot 20 jaar afzien voor de eeuwige roem. Een droom als missie. Alles geven en nog meer laten…