‘Wil je een stukje taart?’ klinkt het onverwachts achter me. Een mooie donkere vrouw kijkt me lachend aan. Nua heeft iets te vieren. ‘Oma heeft vanwege de cross haar verjaardag uitgesteld, maar de taart wordt toch verdeeld vandaag’. Het blijkt een soort van Amerikaanse taart te zijn, maar eigenlijk maakt dat mij niet zoveel uit. Taart is taart en het liefst zo zoet mogelijk. Ik lust alles helaas. Een van de leuke dingen van de cross vind ik dat je iedere week nieuwe buren hebt, zowel naast je als aan de overkant. Er zal altijd wel wat zijn en je hoeft ook niet ieders vriend te zijn, maar over het algemeen is het toch een grote hechte familie. Hoe groot de verschillen in de uiteindelijke prestatie ook zijn, we hebben allemaal hetzelfde doel. De familie achter ons blijkt een prachtig voorbeeld van mijn ‘infected’ gevoel. De hele familie Hulsen is mee. Carlos, de zoon van onze levende legende Carlo is een komende man. Jongen eigenlijk, want hij is pas 15, maar oogt door zijn atletische postuur een stuk ouder. Hij wordt goed verzorgd, maar zeker niet in de watten gelegd. Het team boven hem weet goed wat er nodig is om ergens te komen. ‘Hij hoeft geen wereldkampioen te worden’, zegt een trotse Carlo, ‘maar we gaan wel kijken waar we kunnen komen.’ Er wordt niets aan het toeval overgelaten. De fonkelnieuwe Honda wordt verzorgd als een pasgeboren baby. Carlo’s vader neemt zijn zelfgedelegeerde taken serieus. Met een rieten hoed tegen de brandende zon meet hij vlak voor de training nog even de veerweg en wrijft dankbaar een laatste poetsdoek over de kappen waar de sponsors prijken. Carlos rijdt netjes. Geen meter te veel en laat zijn rode kanon het werk doen. Ik herken de stijl. ‘Hij heeft mij nooit live zien rijden, maar ik zie het zelf ook’, lacht Carlo. Er is veel mee te geven in de vorm van genen blijkbaar. Toch niet alles. ‘Ik zie veel van mezelf terug, alleen mis ik één ding’. Carlo stond in zijn tijd bekend als een echte ‘holeshotter’. ‘Dat heeft hij dan weer niet meegekregen. Ik was er altijd bij. Dan probeerde ik in de eerste paar ronden een gat te slaan, waar ik de rest van de wedstrijd profijt van had.’ Op de Axelse dijk zit ik bij toeval een paar meter van de familie naar Carlos’ verrichtingen te kijken. Opa is gefocust. Hij volgt zijn kleinzoon de hele baan lang, zoals hij jaren zijn eigen zoon op de voet volgde. Hij ziet de ideale lijn en wuift. ‘De buitenkant is sneller’. Carlos ziet het en luistert. Ervaring is een groot een leerzaam goed. Luisteren een gave…