Het is gezellig druk op de Oirschotse hei. Het zonnetje schijnt hier en daar door de bomen, waardoor het ondanks de tegenvallende temperatuur toch erg zomers aandoet. Het geluid van een begrensde tweevijftig galmt, afgewisseld door een snerpende tweetakt. Hij krijgt op z’n donder want het gas gaat niet dicht. Bijna niet. Als ik boven op de ‘kijkberg’ sta zie ik haar gaan. Geconcentreerd doet ze haar ding. Iedere ronde hetzelfde. Waarschijnlijk ook dezelfde tijden en dat twintig minuten aan een stuk. Respect. Ze is enorm gegroeid na de laatste keer dat ik haar sprak. Niet alleen in haar rijden, maar ook qua postuur. Eenmaal weer bij de fel bestickerde bus neem ik een kijkje. Haar uiterst sympathieke vader Jurrien herkent me nog en geeft me een stevige hand. Hij steelt mijn openingszin en vraagt hoe het met me gaat. Als snel zijn we het eens. Corona is klote. Voor iedereen natuurlijk, maar zeker voor de sport. We hebben er allemaal last van, maar het blijft jammer. Als veteraan vond ik het al best als ik maar kon rijden. Trainen was de beste optie, want dan kun je er uit als je geen zin meer hebt, of als je armen gevaarlijk te hard werden. Voor de opkomende jeugd ligt dat even anders. Je traint dan om in de wedstrijden het hoogst haalbare te scoren en dat zat er tot op heden niet echt in. ‘We zouden het liefste morgen naar ONK Boekel gaan, of waar dan ook. Nu zitten we morgen ochtend om vijf uur in de bus richting Italië. Natuurlijk moet je niks, maar als je wedstrijdritme op wil doen, zal je toch weer een keer aan het hek moeten. Ik kijk naar de lange rits sponsorstickers onder Lotte haar naam die groot op de zijkant van de cross bus prijken. ‘Ze  wordt in ieder geval wel opgemerkt’, prijs ik haar en Jurrien lacht. ‘Ja dat zeker. Ze doet het erg goed. We hoeven niet alles zelf te betalen, maar toch kost het alsnog een berg geld ieder jaar hoor’. Ik geloof het graag. Een deel van het ‘stoffenbedrijf’ is al aan de kant geschoven. ‘De winkel is er nog en we doen veel online, maar op de markt staan lukte niet meer’, zegt Jurrien. Toch kan hij er nog bij lachen. ‘Het zijn de keuzes die je maakt he. Je doet het wel of je doet het niet. Wij hebben besloten er voor te gaan, zolang Lotte dat zelf ook wil natuurlijk. Ik kijk naar de blondine. Ze lacht. ‘Jaren geleden vertelde je nog dat je modellenwerk deed’ grap ik. Toen vroeg ik je waarom en zei je; ‘Omdat ik zo knap ben’.  Ze lacht hard. ‘Nou, ik wilde toen al motorcrosser worden hoor en dat is nog steeds zo’. Aan de telefoon hoor ik haar praten over een spuitbus tegen schaafwonden. Net ervoor was ze even de focus kwijt er reed via een afzettingshek tegen een boom. Ik zag het gebeuren. Lotte zeurt niet. Ze trekt haar shirt aan en doet haar helm op. ‘Twintig minuten he, niet korter’, geeft Jurrien haar mee. Het is haar laatste sessie voor vandaag. Morgen vroeg op en onderweg online les. Ze crost liever maar weet als geen ander hoe belangrijk een opleiding voor haar is. Je weet het tenslotte nooit. Als ik haar zie staan besef ik dat het niet lang gaat duren voordat de stap naar de 125 gemaakt zal worden. Lotte beaamt mijn gedachte. ‘Ik heb soms gewoon blauwe knieën’. Ik loop nog even de berg op en volg haar een paar ronden. Een talentje met de juiste instelling. Twee hele belangrijke kenmerken…

Foto met dank aan Sliedrecht24.nl (online krant)