Ooit had ik zelf even een trike. Een Kawasaki 250 waar ik eerst mee over mijn eigen voet reed, om vervolgens de achteras flink uit het lood te rijden tegen een afzettingspaaltje. Het zag er allemaal leuk en stoer uit maar daar was dan voor mij, als crosser zijnde, ook wel alles mee gezegd. Niet zo heel lang daarna maakten de Quads hun opmars. Volgens Werner Verhagen zijn ze indertijd geintroduceerd door een paar Amerikanen tijdens een van de eerste strandcrossen in Nederland. Hij had al wel eens een paar keer op een crossmotor gereden van een vriend maar vond het helemaal niks. Het moet je ook liggen natuurlijk, een crosser. Een quad, dat zag hij wel zitten. Als een soort van pionier schaftte hij als een van de eersten zo’n ruige vierwieler aan. In die beginjaren was hij altijd wel te vinden op één van de circuits in zijn buurt. Geen kenteken erop maar gewoon lekker raggen in het mulle zand. Toen hij de smaak goed te pakken had reed hij verschillende clubwedstrijden mee en werd zelfs een keer clubkampioen. Al 15 jaar is hij aan het ‘Quatten’ en kan niet meer zonder. ‘M’n vriendin is er niet zo van, die is meer van de tennis’, zegt hij lachend. ‘Ze is wel een eens een paar keer komen kijken hoor, maar dat doet ze dan meer voor mij. Ik voel me net zo goed ook niet zo thuis op de tennis’, lacht hij weer. Zo hebben ze ieder hun ding.

‘Trouwe quad’- Verschillende bonden namen de Quad’s dermate serieus dat er een aparte klasse voor werd aangemaakt. Dit met gevolg dat er nu zelfs een EK gereden wordt. De MON competitie heeft de inmiddels 39 jarige Werner net gemist. ‘Toen dat startte was ik al een beetje over mijn top heen eigenlijk’. ‘We gingen in ‘onze tijd’ toch al behoorlijk rond, maar nu zijn er jonge gasten die welhaast dezelfde rondetijden rijden als de solo’s. Dan moet je toch behoorlijk gasgeven’ Werner geeft ook stevig gas. Springen doet hij het liefste. Hard en hoog.  Ze gaan toch behoorlijk los met die zware dingen en dat vind ik toch wel getuigen van een groot hart. Trek dat maar weer eens recht in de lucht, ik geef het je te doen. Werner valt niet vaak maar als hij gaat, gaat hij ook goed. ‘Ik heb wel een trouwe quad want altijd als ik val komt hij op de een of andere manier achter me aan’

Truckbumpers – Waar ze wel samen wat mee hebben is hun metaalbedrijf in Hooge Mierde. ‘Wat mijn baas kan, kan ik ook’, dacht Werner en begon op zichzelf. Onder de naam ‘VMS’ lassen ze in twee ploegen handmatig en met twee volautomatische computergestuurde lasrobots. Het gaat voornamelijk om onderdelen voor grote busbedrijven en bijvoorbeeld vrachtwagenfabrikant DAF. Door de automatisering met robots is Werner in staat de prijzen van de gelaste produkten laag te houden. Massa door snelheid onder een hoge kwaliteitsnorm. ‘VTS’ is een tak van het bedrijf waar ‘truckbumpers’ geproduceerd worden. Een mooie gelaserde balk uit 1 stuk met een groter aantal ronde of vierkante lichten er in. In kleur gespoten ofwel uitgevoerd in geborsteld RVS worden de bumpers als hete broodjes verkocht. De markt is misschien niet mega groot maar de afzet is wereldwijd waardoor er toch behoorlijke aantallen gemaakt dienen te worden.

‘We hebben pas een nieuwe kantine’ – Werner vindt het als liefhebber heel jammer dat er de laatste tijd zoveel circuits verdwijnen. ‘We hebben er hier nog wel wat, maar het wordt ook steeds minder en zeker moeilijker een baan open te houden’. We hebben hier verderop in Reusel een mooie baan liggen. Al 52 jaar en daarmee een van de oudste van ons land. We zijn daar allemaal heel erg zuinig en trots op. We hebben onze vaste openingsuren die we verdelen over het jaar, maar overnachten mag er niet meer.’ Een 100 meter verder zit een camping en die willen ze natuurlijk ook niet in de vingers snijden. Ook zijn de regels wat dat kamperen betreft ook elke keer weer aangescherpt naar de strenge ‘campingnorm’. ‘We hebben wel pas een nieuwe kantine’, zegt hij trots. Vrijwilligers zijn overal steeds moeilijker te vinden en daar baalt hij wel van. ‘Daardoor hebben we een aantal evenementen moeten schrappen voor 2015 en da’s best zuur.’

Nog heel even wachten – Zijn slanke Yamaha 450 staat gedeeltelijk gestript in de loods. Zelf heeft hij wat verstevigende modificaties aangebracht omdat hij niet belemmerd wil worden in zijn wat ruwe rijstijl. ‘Regelmatig verbuigen er dingen waardoor ik zelfs een paar keer mijn zadel verloren ben. Dat moeten we natuurlijk niet hebben’ Bij ‘Intrax’ haalde hij zijn vering. Ze zijn bekend uit de rallye wereld en weten heel goed wat het spul te verduren heeft. Verder nog een beetje aan het blok gemorreld, ‘want we moeten wel vooruit he’. Tevereden staat zijn trouwe quad met een netjes gespoten frame te wachten op wat komen gaat.

Als we weglopen gaat Werners hand over het stuur van zijn ros. Alsof hij zegt; ‘nog heel even wachten, dan gaan we weer’