Mijn oog valt op het nummer 98 wat uitgespaard is in de bumper van de immense Scania truck annex camper. ‘Dat hadden ze er als verrassing ingemaakt’, zegt Bas bijna verlegen. Het is meer dan een huis. Har en Ankie wilden Europa wel doorkruisen, maar dan alleen met hun huis bij de hand.

‘Zo ben ik opgevoed, ik kan er niets aan doen’
Ze hebben het goed, de fam. Vaessen, dat zeker. Wat dan weer weinig genoemd wordt is de zakelijke inzet en ‘bikkelend vermogen’ van Bas zijn ouders. Nog niet zo lang geleden verkochten ze hun ‘transportkindje’, wat toen bestond uit zo’n 100 vrachtwagencombinaties. De bedoeling was om minder te gaan werken en meer te gaan genieten. Dat minder werken is niet gelukt, terwijl het genieten alleen maar intenser en meer geworden is. Succesvol maar 100% selfmade. Dat zou meer respect verdienen in plaats van de niet aflatende jaloezie en afgunst. ‘Iedereen gunt je alles, totdat je het bezit’, zegt Bas wijs en zo is het ook gewoon. Bas blinkt van trots als hij over zijn ouders spreekt. Ik ben ze enorm dankbaar voor alles wat ik mag doen, maar zeker ook voor de opvoeding die ze me gaven. Bas spreekt me netjes met ‘U’ aan en wijzigt dat, ondanks mijn aandringen, niet. ‘Zo ben ik opgevoed, ik kan er niets aan doen’.

‘Ik heb er hard voor moeten werken’
De zwaar beveiligde werkplaats lijkt een museum. Alles waar Bas ooit op gereden heeft staat er. Netjes naast elkaar in een bak met zand. Helmen brillen en laarzen netjes op een rij. ‘Ik heb er hard voor moeten werken om dat allemaal aan te schaffen, dus doe het niet meer weg’, had vader Har gezegd. Har komt eigenlijk uit de autosport. Jarenlang timmerde hij aan de weg met zijn team en behaalde menig succes. Dat Bas is gaan crossen stond eigenlijk helemaal niet op de planning. Geen logisch gevolg. Na het afraggen van zijn pitquadje is Bas gaan karten en daar al bleek zijn talent voor een gemotoriseerde sport. Hij deed het goed maar vond het al snel saai. Er gebeurde te weinig naar zijn zin waarna zijn oog op een crossertje viel. Het hek was duidelijk en direct van de dam. De loop van zijn cross carrière tot op heden is bij cross minnend Nederland wel bekend.

Hij kan diep gaan
‘Eigenlijk vind ik mezelf geen talent’, zegt hij voor mij onverwachts. Ik kan sowieso nog steeds mijn krachten slecht verdelen over de wedstrijd. Vooral in de eerste ronden moet ik mijn draai vinden. ‘Ik vergelijk mezelf altijd met een diesel’, lacht Bas. ‘Ik kom vaak wat moeilijk in m’n ritme, maar als ik eenmaal op gang ben zet ik een knop om’. Hij kan diep gaan. Het uiterste vergen. Een talent zijn is niet alleen maar de ‘skills’ bezitten en ze kunnen gebruiken. Het doorzettingsvermogen en de volledige overgave dekken zeker 50% van het totaal af. Druk wordt hem niet opgelegd. ‘Als jij er maar plezier in hebt, is het voor mij goed’, had zijn vader gezegd. ‘Valt dat weg, ruim ik alles op’.

‘Ze wist niet wie ik was en wat ik deed’
Voor een jongen van 17 heeft hij al veel gezien en gedaan. Op school kregen zijn medeleerlingen pas een beetje respect toen ze hoorden en lazen dat Bas in het WK65 als 5e was geëindigd. Ongeloof bijna. Dat kleine magere ventje? Voor die tijd stond hij bekend als het grappige mannetje zonder vrees. Zijn school was altijd prioriteit, maar heeft wel besloten na het behalen van zijn MAVO diploma, de boeken op te ruimen. Op een bepaald moment moet je gewoon een keuze maken. Wil je echt voor het hoogst haalbare gaan, slokt dat alle tijd op die er is. Trainen, verplichtingen, zijn vriendin en het nog een beetje kind zijn. Zijn vriendin Amy is, ondanks ze elkaar wel op de cross tegenkwamen, totaal geen paraderend ‘crossmeisje’. ‘Ze wist niet wie ik was en wat ik deed’. Ze vielen voor elkaar zonder iets van elkaar te weten of kennen. Ze gunt Bas alles en geeft hem de ruimte die hij nodig heeft. Zelf is ze zuinig op haar vriendenkring en familie. Echte liefde dus. ‘Ze vond het al bewonderenswaardig dat mijn vader in het verregende ONK van Oss in zijn regenpak mijn motor stond af te spuiten’. Dat is ook Har Vaessen.

‘Voorheen regelden we altijd alles zelf’
Bas is overal geweest. Zijn hoogtepunt tot nu was wel het meedoen aan twee MonsterCup wedstrijden in de USA. Ik hou wel van de supercrosswedstrijden, mits de baan breed genoeg is. In Nederland is die ruimte er vaak niet en vind ik de risico’s te groot. ‘Met alle respect voor de anderen natuurlijk’. Zijn droom is nu wel om later Supercross in de ‘The States’ te gaan rijden, maar dat is zeker geen zorg voor nu. Ingelijfd door Suzuki is hij nu ‘in dienst van’ en dient daar natuurlijk ook het protocol te volgen. Er is een draaiboek voor het team en dat vereist wel een omschakeling. Voorheen regelden we altijd alles zelf. Waar we gaan trainen hoor ik van hogerhand. ‘De motoren staan ook niet meer hier en dat mis ik wel een beetje’. Triest kijkt hij naar de twee lege bokken die netjes op de schone milieumatten staan. ‘Er liep hier altijd wel een monteur en er was altijd bedrijvigheid’. Bas is blij met zijn contract en de tijd die hij heeft te besteden aan zijn zo geliefde sport.

‘Rijkeluiszoontje’
Als ik zo met hem sta te praten is hij allesbehalve een patser en heeft geen schijn van het ‘rijkeluiszoontje’, zoals hij vaak wordt weggezet. Hij is netjes, welbespraakt en erg beleefd voor een jonge puber. Welke spullen je ook in je garage hebt staan, uiteindelijk moet je gewoon fit zijn en gas geven. Veel gas. Bas maakt waar en levert. Hij kreeg een kans en heeft die met zijn ziel en zaligheid aangepakt. Hij heeft nooit gezegd dat hij wereldkampioen zal worden. Dat soort verhalen worden altijd door de ‘buitenwacht’ geopperd. ‘Kijk maar naar Ryan Villopoto’. Heel Amerika had een mening. Hij zou, volgens de gigantische en chauvinistische aanhang, wel even de boel aan komen vegen in Europa. Op zijn ‘falen’ wordt hij daarna keihard afgerekend. ‘Ik heb hem dat nooit horen zeggen’, zegt Bas fel.

Bas geniet van zijn leven, koestert het waardevolle om hem heen en vecht voor wat hij waard is. Zou hij vandaag stoppen heeft hij al een prachtige carrière en jeugd achter de rug. Met zijn 17 jaar al een respectabele erelijst en die zal nog dik aangevuld worden in de komende jaren. Als hij zijn ‘tekort aan talent’ (zoals hij zelf zegt) blijft compenseren met de inzet die hij nu toont zou hij nog wel eens heel ver kunnen komen.

‘Genieters genieten dus laat de haters maar haten’

Foto’s met dank aan Folko Fotografie (Folko Haffert) en Marjan van den  Bos (marjanfotografie.nl)