We treffen het. Het is dan wel zomer, maar omdat we minder dan 400 kilometer van huis zitten is het Franse klimaat niet veel anders dan het onze. Vanaf de snelweg moeten we nog een behoorlijk stukje binnendoor. In dit geval zeker niet erg want het is een prachtige omgeving. Om de 500 meter staat er een huisje ‘waar je zo zou willen wonen’. Het is een rustige streek met zo goed als geen toerisme. Hier en daar wel een caravan of camper, maar het loopt niet storm.

‘Bedden zijn gedekt en de koelkast staat aan’
Aangezien de eigenaars van het vakantiepark ook de zorg van de naburige crossbaan op zich hebben genomen kunnen we daar de sleutel van het chalet ophalen. Geen probleem, wetende dat we crossers in hart en nieren zijn en we ook erg nieuwgierig zijn geworden naar de baan. De ligging is prachtig. Tegen een helling kruipt het prachtige circuit van Londinieres omhoog tot helemaal aan de top. Ik zie al wat rijders de steile wand beklimmen en krijg de rillingen. Positief dan wel. Ik kijk mijn zoontje bedenkelijk aan. Ook hij heeft zijn twijfels bij zijn eerste ‘baanblik’. Het heeft in dit geval niets met de veiligheid van de baan te maken, maar meer met de onervarenheid van een 85 cc rijdertje. Navraag leert ons dat er een ‘minibaan’ naast het circuit aanwezig is. Gelukkig. Als we in de kantine komen blijkt dat er op ons gerekend is. De formulieren liggen netjes klaar met de sleutel er boven op. ‘Bedden zijn gedekt en de koelkast staat aan’, aldus de aardige bardame. ‘Werner is zo terug uit het dorp, maar jullie kunnen alvast je spullen inruimen als je dat willen’. Alles is nu even spannend. Aan de ene kant willen we graag de baan al rond, maar ook zijn we erg benieuwd naar het chalet en de ligging ervan. Het is inmiddels einde middag, dus van rijden zal vandaag niet veel meer komen. Daarom besluiten we terug te rijden naar het dorpje dat op nog geen 10 minuten van de baan ligt.

‘even lekker niks’
We vinden het snel na de correcte uitleg en vallen in een vlaag van rust. Een prachtig houten huis met vers gemaaid gras er omheen. Op een meter of acht van de voordeur kabbelt er een beekje met het heldere Spa blauw, wat de rustsfeer nog meer ten goede komt. Dit is wat ik bedoelde met ‘even lekker niks’, en heb al spijt van laptop en telefoon. Eigenlijk zou je… Het huisje is netjes en schoon. Alles wat je nodig zou kunnen hebben is er aanwezig. We laden onze spullen uit en zette een verse pot koffie. Aan de tuinset op het terras genieten we. Koffie, rust, rust en nog eens rust. Op de door onszelf meegebrachte fietsen wordt door de kinderen de buurt meteen verkend. Een heerlijk gevoel overvalt me. De wetenschap dat helemaal niets moet en bijna alles mag de komende 10 dagen. Geen wekker, niks. Ik wil me voorstellen aan de buren maar mijn kinderen zijn me al voor. Kinderen vinden elkaar altijd erg makkelijk. Wij volgen wel. Aangezien we, zoals een rasechte Hollander betaamt, zelf een groot deel van de Nederlandse supermarkt hebben meegenomen slingeren we meteen de barbecue maar aan de gang. Het begin is gemaakt. Het weer zit enorm mee waardoor we om half twaalf nog heerlijk buiten zitten onder een heldere sterrenhemel. Vaak hoor je dat de bestemming uiteindelijk ‘live’ een stuk minder mooi is als de foto’s en de vooraf genoten dagdromen. Die vlieger gaat in dit geval niet op.

Werner en José zijn er voor de ‘klanten’
De volgende ochtend maken we kennis met de pandhouders Werner en José die vorig jaar hun zakelijke roer rigoureus omgooiden. Jarenlang runden ze hun metaalfabriek ‘VMS’ in het Brabantse Reusel- de Mierden. De recessie hakte er ook bij hun flink in en het geloof in een degelijk voortbestaan vertroebelde langzaam maar zeker. Al jaren hadden ze een droom. Zoals zovelen dromen en het daar bij laten, lieten zij ze ook voor wat ze waren. Totdat de mogelijkheid voorbij kwam Circuit en chaletpark Londinieres over te nemen. Werner kende de baan en het park wel, maar schrok er een beetje van. Nog nooit eerder was hij zo dicht bij een droom geweest. Ondanks ze nog een hoop moesten regelen in Nederland, zeiden ze toch al heel snel ja. ‘Zulke kansen komen niet iedere week voorbij’, aldus een gelukkig ogende Werner Verhagen. Als vreemde eenden in de bijt hadden ze wel een en ander te bewijzen. Niet dat ze twijfelden aan hun kunnen, maar om te beginnen was de taal een kleine barrière die overwonnen diende te worden. Ook al gaan er verschillende verhalen den ronde over de mix van Nederlanders en Fransen, klikte het vrijwel meteen. Rijders zien en voelen echt wel of je serieus met je ‘zaak’, of alleen met jezelf en het binnengekomen geld bezig bent. Werner en José zijn er voor de ‘klanten’. De baan is hard maar heeft alles. De schansen en bochten zijn zo aangelegd dat je niets moet en alles mag. De mogelijkheden zijn er, de skills moet u zelf meebrengen.

‘Dit is echt zo gaaf pap’
Als we met de motor op de baan aankomen blijkt de ‘minibaan’ net achter de grote baan te liggen. Beneden. Geen minibaan zoals we die gewend zijn. Het is een volwaardig circuit met alles er op en er aan. Alleen al het waanzinnig mooie landschap doet je op een GP wanen. Uiteindelijk wil mijn zoon toch op de grote baan proberen en ik krijg het klamme zweet al in mijn handen. Hij doet het goed. Rustig en bedaard. Geen risico’s. Zijn ogen glinsteren als hij terug bij de bus aankomt. ‘Dit is echt zo gaaf pap’. Misschien niet alles voor de kinderen, maar wel veel. Hun genot is mijn genot.

‘Waren we thuis ook maar zo sociaal’
We verkennen de buurt met z’n allen per mountainbike. Er wordt druk geschakeld op de hellingen maar dat drukt de pret in geen enkele vorm. Heerlijk in de natuur en zon. Vogels en konijnen. Leuke Franse mensen die zwaaien. Huisjes uit een film. Verstand op helemaal nul. De faciliteiten in en om het park zijn geweldig. Er is een supermarkt naast de ingang en in het centrum van het dorpje vinden we een bakker, slager en zelfs een pizza/shoarma tentje. De kust vind je al op 20 kilometer en er is zelfs een pretpark te vinden op nog geen 10 kilometer. Ik heb niet meer nodig. Ik ben geen strandligger dus vermaak me opperbest. De social media in deze tien dagen beperkt zich (gelukkig) tot het spelen van Monopoly, Yahtzee en kaarten. ‘Waren we thuis ook maar zo sociaal’, denk ik als ik mijn vierde potje Yahtzee dik verlies. De kinderen zijn alle dagen opgewonden druk en ’s avonds heerlijk afgepeigerd. Vies van de cross en moe van het heuvelklimmen. De laatste avond trakteren Werner en José ons op een kampvuur ter afscheid. We kletsen over ons verblijf en de plannen van het moedige stel uit Brabant. Als het vuur, ook uitgeblust, zich overgeeft aan alleen nog rook vertrekken we naar ‘onze’ chalet. Douchen en naar bed. Morgen weer naar Nederland. Helaas.

‘Volgend jaar weer pap?’