Onze voorlaatste vakantiedag. De dagjes weg week komt tot een einde, maar een hoogtepunt nadert. De berichtmeldingen houden ons al een paar dagen bezig. Rijdt hij nou mee of niet? Dan de verlossende post. Het vertrouwen is groot. ‘Jeffrey gaat winnen pap’, vindt Sterre. ‘Ik hoop het echt lieverd’, twijfel ik stiekem nog een beetje.

Grootste aller tijden
Ik weet het ook niet echt. We volgen het Amerikaanse geweld wel een beetje, maar toch blijft het erg moeilijk ergens een vergelijk te trekken. Andere banen, ondergrond en zeker ander weer. Voor mijn kinderen is er geen twijfel. ‘Hij rijdt ze stront’, hoor ik achter me. Natuurlijk, het zou verschrikkelijk mooi zijn. Verschillende Amerikanen zouden hier ook wel even huishouden. Dat liep anders. Jeffrey’s drive is zijn grootste wapen. Ongekend. Dan zijn talent zich aan te passen aan eender welke motor of baan. Hij leest een baan in een rondje. Dat hij hiervoor geboren is mag duidelijk zijn. Hij leerde veel van zijn ‘wilde tijd’, wat hem nu de rust heeft gebracht en de verdiende winst gaat brengen. Zijn missie te volbrengen de grootste aller tijden te worden.

[logo-carousel id=banners-2]

‘crossclinic’
Zijn eerste start stelt me gerust. Hij zet de toon al in de eerste ronden. Gelijk aanpakken die gasten. Marvin zit er lekker in, maar zodra Jeffrey hem in zijn ooghoeken aan ziet komen schakelt hij over. Ook dat is een talent. Voorin de bocht gaat het gas al open. Net dat beetje meer maakt hier een wereld van verschil. Het valt de commentatoren ook op. ‘Amazing’. Het kost ze hoorbaar moeite respect uit te spreken. Ook de regie laat hem even alleen, tot ze er niet meer omheen kunnen. Tenslotte zou het Eli zijn dag moeten worden. Wat ‘The Bullit’, hier laat zien is buitengewoon. De ‘crossclinic’ wordt een voorstelling. Door de val van Tomac houden de Amerikanen nog een beetje moed. ‘Wat als?’. Toch laat het speelse passergemak van onze landgenoot een waas van angst over het circuit hangen. Misschien willen de meesten het helemaal niet weten. Niet meer.

‘Gerechtigheid’
Net na de start van de tweede manche wordt vlug gemeld dat Jeffrey bij een valpartij betrokken is geweest. ‘Dead last’, hoor ik iemand zeggen. Bijna lachend. ‘Dat wordt top drie’, roept een van mijn zoons. ‘Ze kennen hem nog niet’. Het inhaal tempo is bizar, maar wordt lang genegeerd door de micromannen. Tot hij ineens de top tien binnenragt. De mannen uit het beloofde land worden een voor een te kakken gezet. Sorry, maar anders zie ik het niet. De grote namen, de mannen van staal. De besten van de wereld, volgend het gros van het thuisvolk. Nu even niet. Nu hebben ze het nakijken en krijgen een onvervalst pak slaag. Alle monden worden gesnoerd. Als hij naast Tomac in de lucht hangt probeert hij een vinger in zijn neus te steken. Door een in de weg zittende integraalhelm lukt dat niet en trekt hij er verveeld nog maar een flipper af. Zwaaien staat ook zo lullig. Het gat naar Marvin is eigenlijk wat te groot. ‘Jeffrey kan nog steeds winnen pap’, zegt mijn dochter opgewonden. Net als ik haar duidelijk wil maken dat alleen een val van Marvin hem de zo verdiende winst zou kunnen brengen gaat hij op zijn plaat. Ik weet dondersgoed wat een schuiver kan doen en gun het niemand, maar toch gil ik het uit. Net als Marvin weer opstaat zie ik het felgekleurde shirt van Jeffrey de bult op schieten. ‘Gerechtigheid’, is het eerste wat me te binnen schiet. Als je de hele dag de snelste bent moet je ook maar met de grootste beker naar huis.
Ik kijk naar boven en bedank. Mijn kinderen zijn door het dolle. ‘Zie je nou wel dat ik gelijk had’, wrijft mijn dochter me in. Een baas, een held, een koning. Hoe kun je hem nu nog noemen. Beseffend wat deze jongen er voor doet en laat kan ik alleen maar en hele berg respect hebben. ‘I had the balls to race here’ zegt hij later. Jammer dat hij het zelf moest zeggen, maar dat zal veranderen.

Jeffrey bedankt, ook namens mijn kinderen…