“liefde op het eerste gezicht”.

De witte “oversized” bus staat netjes gewassen voor de deur. Stefan doet open en geeft me bij binnenkomst een stevige hand. Dat hij zijn CIOS opleiding net heeft afgerond is hem goed aan te zien.

Hij straalt conditie uit. Geen grammetje vet op zijn lijf en bovenbenen waar menig wielrenner jaloers op is. Zusje Amber zit “in” haar telefoon aan de eettafel.  Ze stelt zich voor en zegt netjes “U” tegen me. Een knap kind met fatsoen. Vriendelijk ook, maar dat “U” had dan weer niet gehoeven. Ook Stefans vriendin Heidi Rovers is aanwezig in “huize Hage”.

Een meer dan mooie verschijning met een meer dan grote bos zwart krullend haar. Het is een nog korte maar zichtbaar liefdevolle relatie die ontstond uit een “liefde op het eerste gezicht” moment. Heidi had eigenlijk helemaal niks met cross. Ze was als “oppas”met haar broertjes meegegaan naar Aagtekerke. “De jongens wilden zo graag”, zegt ze lief. In de tent kwamen ze elkaar tegen. Een van Heidi’s broertjes kwam een handtekening halen bij de winnaar van de dag. “Jij krijgt een handtekening als ik het telefoonnummer van je zus krijg”, zei Stefan subtiel, en zo begon het. “Mijn sport komt op de eerste plaats, dat weet ze.”, zegt hij lachend terwijl hij haar goed vasthoudt. Heidi knikt overtuigend en is het daar helemaal mee eens. “Hij doet en laat er alles voor, dat respecteer ik ten volste”. Ik vraag het niet maar wellicht is dat ook hetgene wat haar zo aantrekt in hem. Karakter en doorzettingsvermogen zijn zeker geen vervelende eigenschappen als het om je partner gaat.

“verziekt”

Als klein mannetje maakte hij Borssele al onveilig op een PW met zijspan. Bij gebrek aan een bakkenist lag er een dikke zak zand naast hem zodat hij in balans zou blijven. In die tijd kon er nog veel. Het Yamaha’tje maakte weinig tot geen herrie waardoor Stefan ongestoord zijn gang kon gaan terwijl vader Peter de kleine nauwlettend in de gaten hield. Rijden, rijden en nog eens rijden. Vele meters maakte hij met zijn combinatie tot Peter in de gaten kreeg dat er eigenlijk geen weg meer terug was. Peter crosste zelf ook en vond het prachtig de kleine Stefan rond te zien gaan. Wel altijd met een bepaalde angst. Als het mis zou gaan op de een of andere manier zou hij zich toch wel erg schuldig voelen. Hij had hem immers zelf “verziekt” met het cross virus. Lang ging het goed en fors vooruit. In de 65 cc kreeg hij het ineens goed te pakken en ging mee vooruit met jongens als Max Anstie, Roberts Justs en Steven Clarck. Hij leerde veel en snel en bleek daarbij toch over wat meer talent te beschikken als de massa. Hij stormde door naar de 85 en reed daar ook goed mee met de kleine “groten.”

“We hebben veel meegemaakt samen.”

De overstap naar de grote wielen viel op de een of andere manier niet op zijn plaats. Terwijl hij toch altijd erg gecontroleerd en berekenend reed kreeg hij veel met pech af te rekenen. Hij brak armen en benen en werd zodoende een vaste klant in het Belgische ziekenhuis. “Je weet de weg he”, zei de arts toen Peter telefonisch meldde dat ze onderweg waren. Voor de zoveelste keer. Iedere keer als Stefan weer “op de been” was na zijn therapie besefte hij dat zijn groei in die tijd had stilgestaan. Zijn “concurrenten” die blessure vrij waren gebleven waren duidelijk doorgegroeid waardoor de achterstand op deze jongens steeds groter werd. De pech bleef hem achtervolgen zonder een aanwijsbare reden te kunnen vinden. “We hebben veel meegemaakt samen.” Veel successen maar zeker ook veel dieptepunten. “Als je ergens op een verlaten circuit in Frankrijk je zoon van de keiharde baan af moet plukken met gebroken armen ga je jezelf echt wel eens afvragen waar je mee bezig bent.”

“Waarom zit je eigenlijk in een rolstoel?”

Op 17 jarige leeftijd kreeg hij, na weer een revalidatie, een aanbod om enduro’s te gaan rijden voor het team van KTM Nederland. Om de “cyclus van ellende” te doorbreken heeft hij die stap genomen en dat deed hem duidelijk goed. Het bleek meer “zijn ding” dan verwacht en deed vervolgens serieus mee voor het kampioenschap. Zijn eerste seizoen promoveerde hij na twee gewonnen wedstrijden in het NK, direct naar de inters. Halverwege het seizoen mocht hij als 18 jarige mee naar het EK wat hij “bekroonde” met een tiende plaats. Mede door deze prestatie werd hij vervolgens door de KNMV ook nog eens geselecteerd voor de zesdaagse in Finland. In zijn derde jaar als endurorijder ging het op de KTM dag vreselijk mis. Op een simpele hindernis sloeg hij voorover van zijn motor af en belandde met zijn voeten naast zijn hoofd. Zijn rug brak niet maar knikte volledig waardoor hij het gevoel in zijn onderlichaam, vanaf de navel, helemaal kwijt was. Er werd gevreesd voor een dwarslaesie. Het duurde lang voor er weer een klein beetje beweging terugkwam. Vanaf dag één doorbrak hij de negativiteit om hem heen met de woorden; “komt allemaal goed, ik ga gewoon weer lopen.” Dat gevoel had hij al meteen. Uit de onderzoeken bleek ook dat die mogelijkheid zeker aanwezig was. De “kabels” waren niet kapot maar hadden wel een flinke opdonder gehad. Precies in die periode kreeg Stefan een uitnodiging van KTM Italië, die nog niks van zijn blessure hadden vernomen, om als semi-fabrieksrijder deel te nemen aan het WK enduro kampioenschap. Na lang overleg met vader Peter zijn ze toch gewoon afgereisd naar Milaan. In een rolstoel kwam hij binnen en na een lang gesprek keken ze hem nog eens goed aan en vroegen; “Waarom zit je eigenlijk in een rolstoel?” In grote lijnen legde Stefan de Italiaanse delegatie uit wat er gebeurd was. “Komt het allemaal weer goed denk je?” vroegen ze als laatste. “Natuurlijk komt het allemaal weer goed” zeiden Stefan en Peter met een strakke, zelfverzekerde blik. Uiteindelijk ging de deal niet door, helaas.

Hard zijn, streng en consequent.

Langzaam maar zeker kwam het gevoel terug en dat gaf Stefan weer kracht. Met de wetenschap dat het “technisch gezien” nog mogelijk was weer helemaal gezond te worden heeft hij alles gegeven. Soms zelfs te veel. Een geluk bij het ongeluk was zijn superfitte lichamelijke gesteldheid. Hij wilde vooruit en liefst zo snel mogelijk weer op de motor zitten. Stefans ouders hadden wel hun bedenkingen maar wisten ook dat hij niet tegen te houden was. De therapeuten met spierpijn achterlatend zat hij in “no time” weer op de fiets. De eerste keren op de motor waren teleurstellend te noemen. De starts waren zoals hij gewend was super, maar na een paar ronden kreeg hij uitval van functies in zijn onderlichaam en moest hij in het rennerskwartier van zijn motor getild worden. De uitvallen bleven gelukkig steeds langer weg tot het moment dat het helemaal verdween. Het leek alsof er een knop in zijn hoofd “omgezet” was want het rijden ging boven verwachting. Heel snel zat hij alweer op zijn oude niveau. In plaats van dat hij bang was weer een soortgelijk iets mee te moeten maken werd hij alleen maar zekerder van zichzelf. Fysiek in topconditie en nauwelijks te betrappen op een fout. Ik heb hem meermaals zien rijden en dan valt zelfs mij op dat hij weet waar hij mee bezig is. Hij doet dingen waar ik van droom, maar alles volledig onder controle. Mooie lijnen, vette sprongen, alles zit erbij. Afgelopen seizoen heeft hij laten zien uit welk hout hij gesneden is. Hij heeft laten zien hoe belangrijk het is niets aan het toeval over te laten, motorisch en lichamlijk. Wil je naar je persoonlijke top dan zul je moeten offeren. Hard zijn, streng en consequent. Ik had hem ’s avonds een keer op de app. Hij brak het gezellige onderonsje rond tienen af met de woorden. “’T is tijd, ik moet gaan slapen. Morgen moet de kabel strak”. Dat zegt mij genoeg.

Geld is altijd een “issue”

“Natuurlijk kan ik hem wel op een motor zetten, maar het  is meer dan dat alleen”, merkt vader Peter op. Peter Hage is eigenaar van Motor 2000, met een KTM dealerschap, in het Zeeuwse Heinkenszand. “Ik hoorde wel eens een opmerking van een jongen zegt Stefan. Hij zei; “Da’s lekker makkelijk als je pa een motorzaak heeft. Die trekken alles zo uit de winkel.” Een typische opmerking van een kind zonder levenservaring. “Natuurlijk kan ik er een uit de etalage trekken. Het probleem is alleen dat er op dat moment een financieel gat valt wat niet opgevuld zal worden” zegt hij wijs.  Jongens en meisjes die op Stefans niveau rijden weten heel goed dat er veel verandert naarmate je harder rond gaat. Hogere snelheden en sprongen vergen veel van de machines. Frames, wielen en banden hebben het zwaar te verduren. Ook een zuiger moet erg hard op en neer en moet met grote regelmaat vervangen worden. “Dan heb ik het nog niet over de brandstof van motoren en het vervoer om op de cross te kunnen komen”, zegt Peter met een bedenkelijk gezicht. Tolwegen in het buitenland, licencies en ga zo maar door. Veel rijders hebben met hetzelfde probleem te kampen. Geld is altijd een “issue” en het blijkt ieder seizoen weer een moeilijk verhaal om alles sluitend te krijgen. Er zijn wel teams, maar er zijn ook heel veel rijders die graag willen en goed kunnen. “Het clubwedstrijdje en crossje in de buurt hebben we wel gehad.” Niet negatief bedoeld natuurlijk. Alle respect voor de clubs en medewerkers. Stefan rijdt er graag een paar mee tussendoor maar het ONK en OZK heeft wel de voorkeur nu. “Je wil vooruit en eruit halen wat er in zit, hoe hoog dat ook mag zijn”, zegt Stefan eerlijk. Er zijn wat gesprekken gaande maar niets is nog duidelijk op dit moment. “We hebben het altijd graag in eigen hand gehouden”,zegt Peter, “maar qua kosten en mogelijkheden zit je op een bepaald moment ook zelf aan je plafond.”

“loslaten”

Niet dat hij denkt het allemaal beter te kunnen, maar het gaat ook over het “loslaten” van je kind. Natuurlijk, als je bijna 20 jaar achter je zoon z’n motor hebt aangelopen is het heel moeilijk om hem op een gegeven moment “weg te geven”, ook al is dat vaak dan wel het beste. “Ja, om heel eerlijk te zijn is een team erg welkom, maar dan wel onder de juiste voorwaarden.” Een team is pas een team als alles klopt. Dat is al meermalen bewezen bij welke sport dan ook. Als het klopt heb je rust in je hoofd en lijf. Alleen dan kun je maximaal presteren. Als ik nog wat afwijk van het verhaal, samen met Peter en een flesje bier staat Stefan op. “Ik ga naar bed, moet er vroeg uit” zegt hij. “Moet je morgen werken?” vraagt zijn moeder. “Nee, later pas, maar ga eerst fietsen” zegt hij weer en bedankt me netjes met een hand. Als hij weg is kijkt Peter me lachend aan. “Hij klinkt wat triest maar om eerlijk te zijn is die fiets het enige wat hij heeft op dit moment. Zijn “brommers” zijn ingeleverd.”

Stefan heeft alles in zich om lekker mee te kunnen draaien in de Nederlandse top.

Eventjes wachten nog…