Het is al donker als ik in Rijssen aankom. Henk heeft me waarschijnlijk al een keer voorbij zien rijden want ik zie hem in het schijnsel van het garagelicht heen en weer lopen. Het huisnummer was moeilijk te zien, vandaar. Hij begroet me erg netjes en beleefd. Het is voor mij een eer er te zijn maar ik krijg eenzelfde gevoel van hem terug. Hij was net zijn loods aan het afsluiten. Henk runt al 25 jaar een autorijschool, samen met zijn vrouw. “Ja, sturen kun je wel” zeg ik lachend. Henk lacht ingetogen terug en loopt voor me uit naar binnen. Er staan twee hele nette “Old time” Honda’s naast elkaar. Enduro’s uiteraard want Henk crosst niet meer. “Op het circuit is het me iets te gevaarlijk” zegt hij terwijl we naar boven lopen. “Wat ik in mijn hoofd nog weet en denk te kunnen, kan mijn lichaam niet meer aan. Daar schuilt het grootste gevaar”. De reflexen van vroeger zijn er niet meer en dat is natuurlijk logisch. “Op de remknippen schiet ik dan gemakkelijk met m’n handen van het stuur, met alle gevolgen van dien”. “Ik denk wel dat ik snap wat je bedoelt” zeg ik en hij kijkt me aan. “Dat zullen er wel meer herkennen” zegt hij lachend.

“Het was ongelofelijk mooi, heftig, maar vooral veel te kort”  Trots laat hij een kamertje zien. Zijn kamertje. Er hangen oude shirts, een originele broek van Brad Lackey en er staan vele mooie, zuurverdiende, bekers van weleer. Alleen wat voor Henk het belangrijkste is heeft hij bewaard. “Ik sleepte alles maar mee iedere keer tot mijn vrouw zei, “wat moet je er allemaal nog mee?”. “Op deze dingen hier na heb ik vrij makkelijk afscheid kunnen nemen van de waardevolle “rommel”.” Er hangen prachtige foto’s aan de wand. Eentje in zwart wit van een hele vette kopstart. Niet zomaar eentje want er zijn alleen maar grote namen te zien aan weerskanten van de ontketende “Seppie”. Onder anderen Carlquist, Noyce, Lackey en Malherbe hebben daar het nakijken. Zorgvuldig pakt hij de foto van de muur. Inderdaad schitterend. “Het was ongelofelijk mooi, heftig, maar vooral veel te kort” mijmert hij, starend naar het stoffige glas dat het juweeltje al jaren beschermt.

“Dan ga je maar verder op een motor van ons”  Het begon allemaal toen Henk zijn brommertje verkocht. Voor dat geld kocht hij bij Motor Oost een tweedehands crossertje. Een Honda Elsinore 125 ging mee naar huis. Zeker niet gepushed door zijn ouders, integendeel. Zijn vader had er helemaal niks mee en vond het vooral geldverspilling. Zijn moeder was er niet op tegen en gunde het hem wel, maar daar was ook alles mee gezegd. Dat het een goede keus was bleek al snel. Henk reed drie wedstrijden waarvan hij er twee won en eentje tweede werd. Meteen daarna in een volgende wedstrijd reed hij het dingetje in de soep en was hij al meteen “klaar met spitten.” Terug bij Motor Oost reed hij zijn Honda binnen. Op de vraag wat er aan de hand was zei Henk; “Geen idee, hij doet het niet meer”. Het blok was zodanig stukgelopen dat een reparatie, in ieder geval voor Henk, niet te betalen was. Tot zijn Henks grote verbazing waren zijn prestaties niet onopgemerkt gebleven. “Dan ga je maar verder op een motor van ons” kreeg hij te horen en hij kon zijn oren niet geloven. Dankbaar nam hij het aanbod aan en daar is het allemaal mee  begonnen. Henk werd in 1978 meteen Nederlands kampioen bij de 250 cc junioren. Ieder jaar ging het sneller en werd hij harder. Er werd serieus rekening gehouden met de snelle man uit Rijssen. Motor Oost bleef het talent steunen. Henk kreeg het aanbod om mee te dingen naar het kampioenschap in de 125 cc bij de Inters waar hij vervolgens in 1980 en 81 op het hoogste schavot stond. Hij groeide nog steeds. Een logisch vervolg was geweest dat hij door zou stromen naar de 250 cc maar Honda besliste anders. Er was op dat moment gebrek aan een “tweede” rijder naast Toon Karsmakers dus Henk stootte automatich door naar de “koningsklasse”, de 500cc. Daar moest het gaan gebeuren. Henk reed boven verwachting. Nog steeds en trouw gesteund door Motor Oost streed hij met de groten. De mannen waar hij nog niet zo lang ervoor tegenop keek stonden nu naast hem aan het hek. Nuchter als hij is was hij dan ook niet onder de indruk. De “groten” hadden zichtbaar last van de gedreven Rijssenaar. In vergelijking tot veel andere rijders uit zijn streek had hij het op alle banen naar zijn zin. Zand, hard, stof of modder, het maakte hem niet zo veel uit. Helaas, net iets te vaak had hij pech. Lekke banden op cruciale momenten hielden hem vaak bij de broodnodige punten uit de buurt en zo ook van het podium. Henk deed er alles voor en trainde hard.

“Ik zat zwaar, maar dan ook echt zwaar onder de medicijnen.”  Op een koude trainingsdag, na een sessie van drie kwartier, want zo lang duurden de manches vroeger nog, reed hij in zijn laatse rondje kort langs een boomstronk. Een uitstekende wortel boorde zich dwars door zijn kunststof laars heen en trok zijn hele enkel open tot aan het bot. Doordat de slagader gevaarlijk geraakt werd was het bloeden haast niet te stelpen. Henk werd door zijn maatje achterin de wagen gelegd en professorisch bonden ze zijn voet af met een theedoek. Eenmaal in het ziekenhuis bleek de “bemanning” onderbezet. Op vrijwel hetzelfde moment werd er een jongen binnengebracht die er net even wat erger aan toe was als Henk. Henk moest dus gewoon wachten terwijl de ontbrekende anestesist aan het tennissen was en niet te bereiken bleek. Het spoedgeval naast hem overleed ter plekke aan zijn verwonding. “Ik hoorde het aan zijn hartslagmeter”. Doordat het zo lang duurde was Henks slagader niet meer te repareren. Die paar uur zijn funest geweest voor zijn carriere. Een drama was het eigenlijk. Kort na de hechting van de wond bleek een deel van zijn voet zwart te worden door afsterving. Iedere keer moest er een stukje geamputeerd worden tot hij uiteindelijk de helft van zijn voet nog maar over had. Dit gruwelijke proces ging gepaard met hevige pijnen die onderdrukt werden door zware pijnstillers. De pijn verdween wel voor het grootste deel maar de medicijnen hadden een negatieve invloed op zijn mentale systeem. Henk was zichzelf niet meer en veranderde. Pijn en frustratie, vermengd met veel pillen en spuiten maakten een ander mens van hem, en zeker niet in positieve zin. Het scherpe was er af. Zijn laars werd aangepast en zo ook zijn rempedaal. “Ik heb echt goed leren remmen met mijn voorrem in die tijd.” Dat dan weer wel. Mijn vrouw heeft het er ook moeilijk mee gehad. Ik was anders en dat stoorde natuurlijk ook in onze relatie. Nooit heeft ze er wat van gezegd, nooit heeft ze me iets kwalijk genomen en dat typeert haar wel. Ze wist hoe ik zonder die rommel altijd geweest was en steunde me daarom in alles. In die tijd was ik echt wel eens ongezellig en zeker niet de man waar ze ooit verliefd op was geworden. “Ik zat zwaar, maar dan ook echt zwaar onder de medicijnen.” Een constante en helse pijn was het, dag in dag uit. “Flauw ben ik echt niet maar ik had de pijnstillers heel hard nodig.” Ik werd makkelijk en soms kon ik behoorlijk bot zijn, ook tegen mijn vrouw die dat zeker niet verdiende.” Het gebeurde zelfs dat Henk, tegen zijn principes, een biertje dronk, puur uit frustratie. Dat was het begin van het einde. Al met al is er veel te vroeg een einde gekomen aan iets wat nog heel groot had kunnen worden. Neergesabeld door het lot. Ik vraag hem of hij wellicht een keer wereldkampioen had kunnen worden. “Nou, daar twijfel ik aan, maar ik kon lekker mee en maakte toch maar mooi deel uit van de wereldtop”, zegt hij lachend. “Ik was nog in de groei, dat wel, dus je weet nooit hoever je uiteindelijk gekomen zou zijn”.

“Da’s een mooie jongen” Karakterman als hij is heeft hij zijn leven opgepakt en samen met zijn vrouw heeft hij  een prachtige zoon, Kelvin genaamd “Da’s een mooie jongen” zegt Henk trots. Het is een “knappe gast” maar Henk heeft het dan specifiek over het prachtige karakter. Kelvin heeft wel de “noppengenen” meegekregen en samen genieten ze dan ook van de mooiste enduroritten. Kelvin is een allround sportman met karakter, net als zijn vader. Pas nog deed hij mee aan de “Strong Viking” run in Spaarnwoude en even eerder aan de “Ficherman Strongmen” run in Nijverdal. Afzien en je horizon verleggen, telkens weer. Henk rijdt nog maar wel steeds minder. Twee jaar geleden won hij nog een internationale endurorit. Ja, rijden kan hij nog steeds. Zoiets verleer je ook niet. Technisch en strak sturend weet hij nog steeds de juiste sporen te vinden.

Henk Seppenwoolde. Een oude rot maar wel eentje met karakter..