In mijn vroegere MON tijd keek ik erg uit naar de wedstrijden. Mooie, vaak zware banen leerden me dat het een sport is waar je als leek soms wat makkelijk tegenaan kijkt. Vooral als ik mijn helden in de hoogste klasse stond te bewonderen. Hoe harder je gaat, des te makkelijker het lijkt te worden. Het klopt ook wel, maar houdt het ding dan ook maar eens vast, de volle 30 minuten of soms langer. Omdat ik zelden op een beker hoefde te wachten was er voor mij een ander hoogtepunt op zo’n dag. Altijd zat er een fotograaf met de foto’s van de vorige wedstrijd. Tafeltje, stoeltje en een grote kaartenbak. De geschoten foto’s zaten netjes in een envelop, met daarop naam en nummer van de betreffende rijder. Hij wist precies wie de foto’s kocht. Vaste, dankbare klanten. Hij moet er veel werk aan hebben gehad, iedere week weer. Ik zie het thuis bij mijn zoon. Ook hij heeft behalve het crossvirus, ook een scherp oog ontwikkeld om coureurs op een geweldige manier vast te leggen. Het is een vak apart. Ik probeerde meermaals een ‘vette plaat’ te schieten als hij zelf aan het rijden was, maar talent blijkt niet aan te leren. Ik weet nog goed hoe blij ik altijd was met een foto. Daar zijn de drie zorgvuldig bewaarde en altijd meeverhuisde albums in de kast nog steeds het bewijs van. De foto’s van toen lijken in de verste verten niet meer op de foto’s van nu. Er is veel veranderd in de afgelopen jaren, zo ook in de fotografie. Nu lopen er mannen met soms wel drie peperdure camera’s rond en schieten absolute kunst. Wetend dat deze mannen nagenoeg op vrijwillige basis een hele dag de baan rondsjokken, op zoek naar het perfecte moment leert me dat het evenals crossen een afwijking is. Een ziekte. Ik ben blij met die mannen, want ze leggen de momenten vast die we voor altijd bij ons willen houden. Momenten die we trots willen laten zien en doorvertellen. Het bewijs voor de opvolgers die ook straks weer de sport hoog in het vaandel zullen gaan houden. Laatst liep ik op een wedstrijd en spotte een fotograaf waarvan ik weet dat hij mijn zoon met regelmaat vastlegt. Ik weet dat hij een hele avond aan het uitzoeken en bewerken is. Dit alleen om misschien 80 van de ruim 1000 foto’s die hij maakt, middels een album, laat op de avond online te kunnen zetten. Alleen het mooiste mag online. Ik loop naar de fotograaf en geef hem een hand met een paar euro er in. Hij kijkt me verbaasd aan en ik vraag hem netjes of hij een paar dikke foto’s wil maken van mijn zoon. Foto’s voor zijn album. Zijn goud voor later. Hij wil het niet aannemen, maar ik loop weg. Het is misschien een druppel, maar het gaat me meer om de waardering die zo’n man of vrouw verdient. Vraag een willekeurig iemand eens of hij een dag gratis wil komen werken…