Vol gas en hoog in de lucht

‘Gaan we naar Jeffrey pap?’, vraagt Sterre ongeduldig.  Ja lieverd, we gaan naar Valkenswaard. Het geweldige uitje waar ik met volle bewondering kan genieten van de groten de crossaarde. Vorig jaar gingen we ook een beetje naar Jeffrey. We wisten wel wat er ging gebeuren, maar toch. Deze keer zal hij ongewild de kwaliteit van ons weekend bepalen. Van ons en velen. We zijn er vrijdagavond al op tijd, zodat we ons met daglicht kunnen installeren. De camping staat weer ramvol. Campers, busjes en auto’s met een tent. Uit alle landen waar ook maar een beetje gecrossd wordt is er wel een delegatie aanwezig. Een Engelsman naast ons deelt met liefde en plezier de stekkergaten van zijn aggregaat.  Wij de herrie, dan ook maar een beetje stroom. Een paar beschonken gasten houden de campinggasten nog even in leven met een verbouwde kettingzaag. Vol gas en hoog in de lucht. Alles kan en alles mag. De grenzen zijn ongeschreven, maar voor iedereen duidelijk. Respect. De regels zijn bekend. Veel, hard en graag tot een uur of 4. Slapen kan later weer wel een keer.

Er zijn veel ‘oudjes’, zoals ik

Het is moeilijk weer. Een dik pak wolken houdt met grote regelmaat de zon tegen. Jammer, maar gelukkig is het droog. Daar doen we het voor. Ik probeer de zon af te dwingen door alleen mijn polo te dragen, maar ik blijk vrijwel de enige te zijn in korte mouwen. Helaas. De baan ligt er prachtig bij. Het nachtelijke buitje regen was precies voldoende. Er is voor de zaterdag al redelijk volk op de been, wat de sfeer ten goede komt. Cross fans kun je niet echt typeren. Natuurlijk verraadt de kleding wel een en ander, maar zonder pik je ze niet uit een rij. Er zijn veel ‘oudjes’, zoals ik. Van de generatie Strijbos, van den Berk en Gert AB. Namen die je altijd bijblijven. Mijn verbeelding van toen zie ik nu weer terug in de ogen van de jeugd. Wij die vinden dat er veel veranderd is. De snelheden, de veerweg en de circuits. De forse springers van vroeger stonden vaak ’s avonds het frame te lassen. Evolutie. Jongeren van alle leeftijden. Verslaafd voor het leven. Kinderen maken midden in de loop een maquette van de baan. Ze krijgen de ruimte. Laten rijpen.

Mike Kras zet ons land als eerste op de kaart

De door leeftijd gedwongen rijdertjes zijn soms erg klein op de volwassen 125 machines. Uit verhouding soms, maar zeker niet minder moedig. Zitten is er niet bij, zeker hier niet. De schansen worden tussen de manches wel bewerkt, maar alles wat er tussen ligt hoopt op. Gaten en geulen. Groter en dieper. De verschillen zijn groot waardoor de kop al snel weer aan de staart zit. De eerste manches zijn spannend en terwijl ik sta te kijken bedenk ik dat er nog zoveel moois komen gaat. Mike Kras zet ons land als eerste op de kaart door de snelste tijd te zetten. Een van de enkelen die zich met hun tweetakt mengen in de ronkende viertaktwereld. Een vreemde maar snelle eend in de bijt. ‘Meer kon ik niet doen’, lacht hij laconiek. De teams lijken elk jaar weer groter en mooier uit te pakken. Niet alleen de top, maar zeker ook alles wat daar onder komt. Prachtige tenten met full color afbeeldingen, gevuld met het mooiste materiaal van de wereld. ‘Living for the Weekend’, is inmiddels een vaste waarde binnen het wereldje. Mooie stand, aardige vent. ‘Zou Jeffrey slapen?’, vraagt mijn dochter, terwijl we langs het meterslange tentencomplex lopen.‘Ik denk het wel schatje. Hij moet fit zijn straks he’. Joep Dankers legt de laatste hand aan het HSF tentenkamp. De beachvlag maakt het af. Op de vraag of Raivo er klaar voor is reageert hij duidelijk. ‘Hij is niet snel tevreden. Alles moet 110% zijn hè, maar hij heeft er veel zin in’. Een veel te grote Ken de Dycker rijdt langs op een veel te kleine fiets. Een beer van een kerel met een ontspannen blik. Plezier straalt uit zijn ogen. De op een spandoek afgebeelde scrubbende Fevbre krijgt wederom een mooie Mxinfected sticker op zijn achterspatbord.

Ze maken ruzie om een fiets

Net als je denkt dat het allemaal toch wel hard gaat en de mannen veel durven zien we de kwalificaties van de ‘grote jongens’. Nog steeds begrijp ik niet hoe je met zo’n bizarre snelheid naar een schans kunt gaan en vervolgens je motor helemaal dwars kunt gooien zonder een andere rijder te raken. Ziek. Er wordt hard gereden, wat wel iets belooft voor dag twee. Bij de tent aangekomen doen m’n voeten zeer. Een heerlijk gevoel van niets moeten overvalt me. Met mijn kinderen dicht bij me op een van de mooiste evenementen van het jaar. Ze maken ruzie om een fiets en om stiekem gemaakte foto’s van elkaar met een dubbele onderkin. ‘Niet op Insta zetten!’. Gezegend sla ik het gade en breng de barbecue tot leven. More raast nog een paar keer met de bmx van de grote berg naast ons waarna we heerlijk onder onze dekbedden kruipen. Met mijn dochter in mijn armen overdenk ik nog even de dag. Onze dag. Haar haar kriebelt in mijn gezicht. Ik wil altijd kamperen. Elke week. De volgende ochtend zijn we op tijd wakker. Terwijl ik mijn tanden sta te poetsen aan de wasbak bij de toiletten word ik aangesproken door een vriendelijke Engelsman. Hij vraagt zich af waar dat litteken op mijn arm vandaan komt. Hij luistert aandachtig en wenst me een fijne dag. Ik kijk hem nog even na. Zijn shirt is vaal. ‘Tommy Searle’, staat er op. Heel vaal dus. Als ik bij de tent kom staan de kids al klaar. Gepakt en gezakt, klaar voor de grote dag.

Haarup blijkt ongenaakbaar. Geconcentreerd en stabiel werk hij zijn rondjes af. Overmacht. Kras komt wat tekort, maar is gedreven. Zo’n wedstrijd op eigen bodem blijft toch iets speciaals. Zijn jankende KTM maakt zijn prestatie voor mijn gevoel nog groter tussen het brommende geweld. Een eenling met een niet te genezen aandoening. Mike is cross. Pauls Jonass is op koers. Al dan niet door toedoen van zijn persoonlijke trainer geeft hij iedereen het nakijken. Gek genoeg is Lieber de enige die enigszins in zijn spoor weet te blijven, maar kan geen vuist maken. Jonass op rails.

De snelheid is er

Dan het moment. Dat hij gretig zal zijn is zeker. Ook al lijkt hij een ontspannen indruk te maken, er rust een grote druk op zijn brede schouders. Iedereen kijkt mee. Veel fans, maar ook haters. Niet veel, maar ik weet dat ze er zijn. Ik probeer me in te denken wat hij moet voelen. Ik vind het al niet fijn dat er soms mensen op mijn vingers kijken als ik aan het werk ben. Twee ogen zijn al te veel. Ik geef het je te doen. We kennen hem een beetje. Hij wil en zal ons niet teleurstellen. Hij maakt veel meters maar gaat hard. In de bocht waar wij staan pakt hij Fevbre buitenom. Er is geen ruimte maar hij doet het toch. Stuur aan stuur, zonder inhouden. Kippenvel. Zijn zelfvertrouwen groeit ronde na ronde. De snelheid is er en dat doet hem goed. Jeffrey maakt waar zonder belofte. Kritiek is pas gegrond als je alles weet. Als je weet wat iemand voelt. Zijn tranen hebt gezien. Weer een stap omhoog. Het zal niet lang duren. Dan gebruikt hij de tweede trede als opstap naar de eerste.

Zijn gezicht op het podium zegt veel. Een last valt van hem af, dat kan niet anders. Als hij sorry zegt met zijn schouders krijg ik het een beetje moeilijk. Onze man van deze dag. Deze prachtige dag!

Valkenswaard bedankt…

(Foto’s met dank aan More Heijt  – MHMXPics.nl)