Het is niet zo ver, de crossbaan van Rilland, maar toch duurt het altijd te lang. Als we gaan is het net alsof het maanden geleden is, terwijl we er ieder weekend zijn.
Ben nog steeds een beetje nerveus als ik over het zandpad naar het terrein rijd. Misschien meer gespannen. Ik doe het zo graag. En nu mijn zoontje ook rijdt wordt het alleen maar weer leuker.
Vind het geweldig om hem te zien rijden. Het gaat me niet om m’n motor en van welk jaar die is. Niet om wat ik aan heb of hoeveelste ik zal worden in een clubwedstrijd met of zonder transponder.
Het gaat om dat ultieme gevoel van die motor onder je kont. Het heerlijke “nergens anders aan denken”, alsof je even vrijstelling hebt van alles om je heen. Los in de lucht, even eigen baas. Iedereen thuis weet dat ze je niet kunnen of moeten storen.
Telefoon in de bus en lekker laten daar. Crossers onder elkaar. Een “volksstam” met allemaal dezelfde mentaliteit. Anderen zijn niet minder, dat niet, maar zullen het niet begrijpen.
Een goedaardige ziekte die niet over zal gaan, nooit. Je kunt stoppen voor jaren maar de infectie blijft. Zoals iedere sporter dat in zijn of haar sport zal ervaren.
Het is een manier van leven en een mooie! Mijn vader infecteerde mij en ik geef het door, graag!

Is het al zondag?