Alhoewel we ’s morgens vanaf huis met regen vertrokken blijkt het in Gemert gewoon lekker droog. Een strakke organisatie herken je al bij het naderen van het circuit. Nette duidelijke bordjes met het frisse ONK logo wijzen ons de weg naar een mooie dag. Waar het industrieterrein overgaat in het bos ligt het prachtige GP waardige Wolfsboschcircuit circuit. Een circuit wat achteraf ook makkelijk ‘Het diepe gat’ had kunnen heten. Hoge veilige bulten in alle maten waarop je alles mag maar zeker niets moet. Het brede en lange startveld mondt uit in een meer dan haakse bocht naar links. De remtiming blijkt daar van crusiaal belang. Ondanks er nog maar twee klassen hebben getraind ligt het, naar mijn maatstaven, loeizwaar. Diepe gaten, nu al. En dan te bedenken dat er nog 8 wedstrijdmanches overheen moeten.

‘Bijna overdreven’

Al lopend door het rennerskwartier valt me op dat de aanwezige teams erg mooi uitpakken. De HSF tent zou makkelijk te gebruiken zijn als stand voor een grote motorbeurs. Het lijkt soms bijna overdreven maar als je een team sponsort is het wel zaak dat je iets uitdraagt. Dat is meer dan gelukt bij de HSF groep. Ook het fonkelnieuwe HNHF team zag er erg verzorgd uit. Lekker fris en zichtbaar goed geregeld. Natuurlijk KTM maar zeker ook SKS, Wilvo Nestaan, Kemea en Beursfoon lieten zien dat ze marketing technisch goed onderlegd zijn.

‘Kan het snel?’

Een dik respect voor Kees ‘de omroeper’ van den Boomen. Als ik met de iets te bescheiden ‘wonderdokter’ Willem Verbruggen sta te praten meldt hij zich met twee gebroken ribben. Onderweg naar Gemert ging hij onderuit met zijn motor en verkende hij de naast de weg liggende stoeprand. Een pijnlijke kwestie. Ik weet helaas wat het is. Willem is genegen een helpende hand toe te steken. ‘Kan het snel?, ik moet over tien minuten aan de bak’, zegt hij gehaast en samen verdwijnen ze in de camper. Een groot motorcrosshart dus.

‘De mijne werkt gewoon de hele week’

Het niveau is hoog. De jongens in de staart van de groep gaan nog steeds gruwelijk hard. Vooral op een circuit als dit is de juiste balans van man en machine van ongekend belang. Als cowboys op een wild paard springen ze, hun motor constant corrigerend, van knip naar knip. Mijn oog valt op een jongen die zich met zijn tweetakt stoer tussen de viertakten door manouvreert. De ‘vreemde eend.’ Terwijl hij zijn motor over de diepe gaten ‘sleurt’ houdt hij netjes een vingertje aan de koppeling. Balans dus… Alles wordt gegeven. Waar, een deel van, het verschil in rijders vandaan komt wordt me duidelijk gemaakt door een aardige crossmoeder naast me, boven op de berg. Nog voor ik haar zag hoorde ik haar bezorgde hart al bonken. ‘Mijn zoon, zijn neef en mijn schoonzoon rijden mee’ zegt ze met een trotse blik in haar ogen. Ik kijk even met haar mee en terwijl ze ‘haar jongens’ aanwijst zie ik het gevecht dat ze leveren. Een deel van de kopgroep heeft het ‘geluk’ dat ze zich de hele week alleen met de cross bezig kunnen houden. ‘De mijne werkt gewoon de hele week tot wel een uur of 50’. Ze haalt zeker niet uit naar de anderen, maar ik merk dat ze het haar kind het zo zou gunnen een hele week met zijn geliefde sport bezig te kunnen zijn. Natuurlijk wordt je uiteindelijk haalbare niveau daar wel voor een deel door bepaald. Als je een keer of drie per week op je motor kunt zitten, zal je allicht wel een paar plekjes opschuiven in de groep. Hij moet ‘gewoon werken’ en is gelukkig niet de enige, maar een van de velen.

Verantwoorde en gezonde doorstroming

De 85 cc is een mooie klasse. Daar zie ik, als niet kenner, toch al wel bovengemiddeld talent ‘rondspringen’. Toppertjes, maar zeker niet meer in de dop. Op zo’n ‘dingetje’ leer je echt wel sturen en het beschikbare vermogen gebruiken. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de 125’s. Voor mijn gevoel zouden ze de overstap naar de 125 moeten verplichten. Voor een verantwoorde en gezonde doorstroming lijkt me dat een ideale klasse om de jeugd ‘crossklaar’ te maken voor het grote werk. Dat het allemaal nog sneller kan blijkt daarna. Motoren worden zwaarder en de jongens worden mannen. Er wordt over de diepe sporen heen gekeken en hoog in de lucht wordt gecorrigeerd waar nodig. Ik volg Jeremy van Horebeek op een zwaar knippenstuk. Hier en daar slaat hij er voor het gemak en moeiteloos lijkend eentje over om daarmee een duidelijk verschil te maken. Mijn zoontje probeert er een foto van te maken maar het gaat allemaal te snel. Een oude ‘crosstrouwe’ Gemertenaar’ naast me ziet ‘m op zijn knietjes zitten en roept: ‘Daar komt ie hoor, daar komt ie!’ Lief mannetje.

Jammer

Mooie wedstrijden met terechte winnaars, alhoewel ik Raivo Dankers wel wat meer geluk had gewenst. Jammer vind ik het dat rijders en begeleiders die niet in de prijzen vallen ook niet (kunnen) blijven voor degenen die wel een beker krijgen. Zo’n prijsuitreiking zouden ze misschien direct na de tweede beslissende manche moeten doen. Motor naast het podium, bril omdraaien, sponsorpetje op en blikje in de hand. Dan met de modder nog op het gezicht in het kort vertellen wat er het laatste half uur door je heen ging. Wellicht zal het een reden hebben dat het is zoals het is. Het is natuurlijk maar een simpele gedachte van een ‘niet kenner’ met te veel gevoel.

 ‘Het was supervet pap’

Al met al een geweldige dag. Dankbaar drinken we nog wat in de VIP tent en luisteren naar de moegestreden mannen met de bekers. Ze nemen de moeite en dat is mooi. Als ik met mijn twee jongens terug loop naar de bus komen we de immer vrolijke en sympathieke, door een capuchon vermomde Lars van Berkel nog tegen. We schudden hem de hand en mijn jongens gaan nog even met hem op de foto. M’n jongens stralen.

Op de terugweg is het opmerkelijk stil in de auto. Ze zijn er helemaal klaar mee. ‘Het was supervet pap’, hoor ik er nog eentje halfslapend mompelen.

Vind ik ook jongen, heel vet…

Foto’s: More Heijt (13)