Tranen in mijn ogen. Het gebeurt regelmatig als ik aan de zijlijn sta te kijken naar de voetbalkunsten van mijn jongens. Het gaat me niet eens om de doelpunten of weergaloze truukjes die ze soms tevoorschijn toveren. Het gaat me meer om de inzet, de overgave en de verschillende soorten gezichten die ze trekken bij winst of verlies. Het is een teamsport en daar hou ik zelf niet zo van. Het idee dat je een wereldwedstrijd kunt spelen en dan soms door toedoen van andere spelers toch geen winstpunten kunt noteren stuit me tegen de borst. Veel crossers vergelijken hun geliefde sport met voetballen. Ik vraag me af waarom. Je kunt een teamsport niet vergelijken met een individuele. Voetballers aan de top moeten echt wel aan de bak. Iedere dag weer werken aan hun conditie. Sprintoefeningen, slopende interval, en de vele verschillende passeertechnieken tot vervelens toe blijven oefenen. Presteer je een paar wedstrijden wat minder zit je gewoon op de bank. Het is niet te vergelijken en dat moet je ook niet doen. Helaas heeft geld het spel kapot heeft gemaakt.  Jonge talentvolle gasten worden al veel te vroeg door een club ‘gearresteerd.’ Met te veel media aandacht en de beschikking over miljoenen weten zich vaak geen raad. Ook als voetballer moet je sterk in je schoenen staan om te ‘dealen’ met de druk die je opgelegd wordt. Het zijn stuk voor stuk topatleten, zoals ook de toprijders in de cross. De, vaak door de leiding, opgelegde druk bepaalt het karakter van de speler en het spel. Soms en helaas. Wijk je te veel af van de groep kun je vertrekken. Aanbod genoeg. Ik zie zat spelers acteren waar ik veel respect voor op kan brengen. Werkers, bikkelaars en schoffelaars. Rennen tot je verzuurde benen het niet meer toelaten. Soms genadeloos en grof neergehaald. Dat zijn de crossers van het voetbal. Met die paar simulanten kan ik alleen maar medelijden hebben. Jammer dat hun ouders het zelf te druk hadden…