Warm onthaal
Het is een eindje rijden voor ons maar zeker niet moeilijk te vinden. Op een aantal bomen komen we witte pijlbordjes tegen met “cross” er op. Makkelijker kan het dan ook niet en we rijden zo naar het prachtig gelegen crosscircuit van “De Peelrijders” in Nederweert. Het is al behoorlijk druk als we aankomen en worden netjes aangehouden. Vriendelijke mannen in hesjes wijzen ons een plaatsje toe. Tegen mijn verwachting in is het stralend weer vandaag en dan heb je de helft al gewonnen. In het rennerskwartier zoeken we Bart van Dulmen op die ons persoonlijk uitnodigde uit naam van de VMCN voor deze laatste wedstrijd van het seizoen. Ik kende Bart alleen nog maar via Facebook maar zie nu ineens dat hij sterk lijkt op iemand die ook op een Suzuki reed met nummer 4. Ooit. Zelfs mijn zoontje ziet er Ricky Carmichael in terug. Barts moeder heeft de koffie al klaar, begeleid door een warm worstenbroodje.

Hoe het begon

De VMCN bestaat al sinds 1997. Veel “oud gedienden” hadden indertijd de behoefte te blijven rijden maar dan het liefst ook nog eens op de motoren van weleer. Motoren van zeer uiteenlopende bouwjaren zo veel mogelijk in de originele staat hersteld. Het is een groeiproces geweest dat leidde tot een heuse vereniging met maar liefst 400 rijdende leden. De klassen zijn uiteraard verdeeld. Zo is er een “Classic 50cc” klasse, waarin de oude VHS kreidlers, SACHS en andere 50cc crossers van vroeger aan de start komen. Een echte “Classics” klasse dus met motoren van voor 1970. Vervolgens is er nog de “Twin Shock” klasse die voor zich spreekt, alles met nog twee achterveren, luchtkoeling en trommelremmen mag meedoen. Dan is er een “pre 90” klasse. Ook dat spreekt voor zich. Alles wat geproduceerd is voor dat jaar is welkom. Alles bij elkaar is het een “museum” op veel wielen met de meest uiteenlopende modellen en merken. Medio 2015 komt er (uiteraard) een klasse bij. De “pre 95” doet dan zijn intrede. Die motoren zijn dan ook weer 20 jaar oud dus dat belooft weer wat moois te gaan worden. Bij genoeg animo wordt er geprobeerd de 125 klasse er uit te halen en die een eigen onderdeel te geven. Wel zo eerlijk als je weet dat die jongens en meisjes nu met een berg minder vermogen tussen de dikke 250 en 500 machines mee starten.

Goed geregeld
Het is druk, heel druk. Al snel kom ik een paar bekenden tegen en raak ik aan de praat. Gezellig en ongedwongen sfeertje, heerlijk. Het valt me al snel op dat dingen “gewoon” geregeld zijn. Er lopen veel “helpers” rond met een herkenbaar fluo hesje. Paaltjes, lint, shovel en vlagposten. Alles is “up to date” en de plaatsen zijn bemand. Er staat een nette “drinktent” met bijzonder aardig personeel. Ernaast staan een paar aan elkaar gekoppelde keten waar de organisatie huist. De “Peelrijders” hebben het goed voor elkaar. Ook de EHBO tent is aanwezig met voldoende dienstdoende vrijwilligers. Overal waar toeschouwers mogen staan is het dubbel afgezet in het kader van de veiligheid. Als ik naar de trainingen sta te kijken verbaas ik me over de snelheid waarmee menig rijder zijn “oude ros” nog rondstuurt. Het zijn natuurlijk oud gedienden die echt nog wel weten hoe je zo’n “ding” de bocht in gooit. Ik zie motoren voorbij komen waarmee ik vroeger ook het zweet in mijn helm gereden heb. Trots laat ik dat aan mijn zoontje van 12 weten die me ongelovig aankijkt. “Heb jij echt op zo’n ding gereden?” Geweldig om te zien, vooral omdat de meeste machines vrijwel in nieuwstaat verkeren. Als je denkt dat ze er dan voorzichtig mee omspringen heb je het mis. Er wordt echt wel gestreden. Stuur aan stuur, volle bak!

Pre 90

De pre 90 klasse is iets minder druk bezet als doorgaans maar er staat toch een nette “line up” klaar. Als ze van start gaan sta ik dicht bij de eerste bocht. Deze motoren en rijders doen echt niet onder voor menig rijder op een nieuwe “bike.” De kopgroep gaat gewoon hard. Er wordt netjes gestuurd en mooi gesprongen. Wat me opvalt is dat het lijkt alsof er ook “pre 90” gereden wordt. Een enkeling doet een kwart “scrub” of een “miniwhip” maar verder wordt er “old style” gestreden. Geen veel te lange tafels of smerige whoops die velen uitdagen dingen uit te proberen waar ze nog niet helemaal klaar voor zijn.

Classics

De “classics” is een bezienswaardigheid op zich. In nieuwstaat verkerende modellen zoals Bultaco, Triumph, en CZ komen aan het starthek. Wat oudere mannen met haast evenoude leren crossbroeken en potjes met losse mondbeschermers. De rillingen lopen over mijn rug. Ook al zijn deze machines van ver voor mijn tijd, toch doet het me iets. De wetenschap dat mijn vader ook op zo’n zwaar monster heeft rondgereden doet me even wegdromen. Het spul gaat hevig knallend van start en weer verwonder ik me over de snelheid waar sommigen nog mee rondgaan. Nu ben ik absoluut geen topper maar de top drie is in ieder geval door mij niet te volgen. Hier gaat het eigenlijk helemaal niet om de uitslag. Trots en met veel respect voor elkaar rijden de heren hun rondjes en nemen absoluut geen onnodige risico’s. De maanden werk om de motoren in deze staat te krijgen en te houden zijn zomaar niet vergeten, dat is te zien.

Veiligheid

Ja, dingen zijn goed geregeld. Op het moment dat ik me eigenwijs toch tussen de dubbele afzetting begeef word ik na drie seconden al teruggewezen. En terecht. “Te gevaarlijk meneer, ook voor uw zoontje”. De man heeft groot gelijk en ik respecteer het. Tussen de manches door rijdt een jongedame een rondje om te kijken of de baan vrij is. Niet alleen in verband met een eventueel gestrande rijder, maar ook kijkt ze of er linten los zijn of paaltjes uit de grond zijn gereden. Als ze terugkomt van haar testrit gaat bij het passeren van de tijdwaarneming een duim omhoog. Niet zo belangrijk misschien maar het valt mijn zoontje op dat ze “behoorlijk hard rondgaat.” Intussen gaat de “shovelmeneer” nog even tekeer in de startbocht en de bocht net voor de finish. Een aantal zijspannen die het bijprogramma verzorgen maken diepe sporen waar menig solorijder weer niet op zit te wachten. Alles voor de rijders, alles voor de veiligheid.

De rijders
We kijken alle manches en in de pauze zoeken we wat rijders op in het rennerskwartier. Pre 90 kampioen 2014, Thomas Adriaanse en zijn vrouw Karin zijn “oude” bekenden voor mij. Ze rijden allebei en ook nog eens in dezelfde klasse. Geweldig dit. We maken een praatje en er komen mannen bij staan. Het lijkt één grote familie. Iedereen kent iedereen en je voelt de vriendschap. Bart van Dulmen heeft werkelijk alles bij. Een grote aanhanger achter de camper met daarin alles wat je maar nodig zou kunnen hebben. Lasapparaat, perslucht en alle voorkomende gereedschappen. Met recht een ongekroonde servicekoning. Ook Thijs Keustermans is een graag geziene “gast” bij de VMCN. De “old school verslaafde” jongen is altijd mega vriendelijk en maakt foto’s als een bezetene. Rijden zit er even niet meer in omdat hij eerder dit seizoen een kruisband afscheurde. We lopen langs een bus met een soort van kraampje ernaast. Er liggen alleen maar CZ onderdelen uitgestald. Zuigers, voorvorkpoten en tandwielen is maar en kleine greep uit zijn assortiment. Verderop in het rennerskwartier staat een grote bus met aanhanger. Vader Takman met zijn drie zoons zijn hun “twin shock” motoren aan het klaarmaken voor de wedstrijd. Op de vraag waarom zulke jonge gasten op zulk oud spul rijden geeft Stefan lachend antwoord. “Wel lekker een beetje vermogen”. Aan het einde van de dag slepen ze ieder een beker mee naar huis. Stefan wint, zijn broertje wordt twee en vader sluit netjes aan als derde man. De jongste telg neemt de beker van de bromfietsklasse mee naar huis. Hoe mooi kan crossen dan zijn? Ik kom de man van de, voor mij, allermooiste Classic tegen. Een prachtige Triumph met aluminium tank en spatborden. Echt een machine die je in je schuur zou willen hebben, misschien wel in de huiskamer. Als ik hem vertel wat ik van zijn motor vind moet hij lachen. “De motor loopt nog goed, zijn baasje wat minder”. Als ik even rond sta te kijken word ik aangesproken door een man van een jaar of 55/60. Hij vraagt me niks maar vertelt me dat hij te lang gestopt is geweest tussendoor. “Ik had langer door moeten gaan toen, dan had ik de techniek nu wat beter onder de knie gehad”. Telkens als hij een bocht nadert denkt hij; “nu neem ik hem goed en plat” In zijn hoofd weet hij precies wat te doen maar krijgt het in de praktijk telkens niet uitgewerkt. Als ik wegloop sla ik hem op zijn schouder. “Als je er maar van geniet, dan is het goed” geef ik hem mee en hij lacht.

Het naspel

Ik kijk mijn ogen uit en geniet hier echt met volle teugen van. Even een dagje terug in de tijd. Als het tijd is voor de prijsuitreiking is het nog steeds druk. Niemand vertrekt voordat de bekers en bloemen ontvangen zijn. Ieder krijgt een vet applaus en er worden veel foto’s gemaakt. Er heerst vriendschap en respect. De mannen praten nog wat na onder het genot van een drankje en een “vette bek” van de frietkar. Langzaam vertrekken er wat bussen en campers en als we afscheid hebben genomen van “de mannen” lopen we bij de uitgang het meisje tegen het lijf die de veiligheidsrondes reed. “Voor jou geen beker?” grap ik nog. “Nee hoor” zegt ze en ze lacht vriendelijk. “Het is ons clubje hè en als ik wat kan doen doe ik dat graag”.
Ja zo is het en moet het zijn. Het was een mooie en warme dag en ik heb genoten. Als we wegrijden kijkt mijn zoontje me angstig aan als ik hem vertel hoe erg ik het naar mijn zin heb gehad en ook wel zo’n dikke 500 tweetakt zou willen hebben. Eerst begreep ik het niet. Later wel. Er is bij de VMCN geen 65 kleine wielen klasse…