Het is een weg die je inslaat. Een keuze op een tweesprong. Zodra je die stap hebt gezet kun je niet meer terug. Eén richting. Vandaar alleen maar verder en vooruit. Het zet zich vast in je lichaam en woekert langzaam verder. Het zaait uit tot ieder bot en vezel van je lichaam er mee doordrenkt is. Een virus zonder tegengif. Het is een van je eerste levensbehoeftes. Alles is te missen. Je motor niet. Het gaat voor. Voor een verjaardag, vader- of Moederdag. Voor een vakantie zelfs. Vrienden die je begrijpen nodigen je niet eens meer uit. Begripvol. Je wil niet crossen, je moet. Het is niet iets voor zomaar eens een keer. Je doet het of je doet het niet. Doe je het niet meer dan zal je het de rest van je leven missen. Missen als iets wat het mooiste was in je leven, maar je altijd met maximaal genot van kunt nagenieten. Foto’s, films en bekers zijn heilig en waardevoller dan een kist met goud. Het ultieme genot. Alles kan later, een andere keer. Dit moet nu. Geïnfecteerd voor het leven. Geen jammer of helaas. Dankbaar…