Als ik mijn helm opgezet heb trek ik ’m nog even heen en weer aan het mondstuk tot er niks meer irriteert. Rustig trek ik mijn handschoenen aan en ik stap op mijn motor. Ik trap hem aan en voel de trilling onder me, heerlijk. Ik geef een paar keer snel gas en het dingetje jankt. Ik voel dat ie er zin in heeft. Ik ook. “Gaan, gaan” lijkt hij te roepen. Ik hoor je wel, we gaan al. Stapvoets rij ik naar de fuik en krijg mijn plaats toegewezen. Bril nog even af want in verband met mijn zenuwen en warme karakter beslaat die nogal snel. Als de eersten richting hek rijden geef ik één keer goed gas en zet met twee handen mijn bril op. Stiek vanachter een beetje omhoog. Ik rij het startveld op en kies mijn plaatsje. Veel plaats is er meestal niet meer als ik daar aan kom maar dat geeft niet. Aan het hek is goed genoeg. Hier word ik pas echt nerveus. Man met 15 sec. bord is nog rustig maar ik niet. Mijn hart begint sneller te slaan. Jongens om me heen gaan steeds meer gas geven. Bord 15 sec. gaat omhoog en mijn hart gaat tekeer. Om me heen gaan de gashandels al behoorlijk open. Als ik zie dat hij het bord om wil gaan draaien zet ik ‘m in zijn twee. 5 sec. bord en ik weet dat het hek nu elk moment kan vallen. Ik draai mijn gas half open en concentreer me op het hek voor me. Ik zie nog banden van de motoren naast me, in een schim. Ik zit goed naar voren als het hek valt. Alles los en open, niet meer dicht tot de bocht. We zijn weg en mijn hartslag stabiliseert. Niks is mooier als deze 5 minuten, echt niks..