‘Waarom nou Assen?’ heb ik me openlijk afgevraagd na de prachtige dag op het ONK van Rhenen. Twee keer per jaar maximaal crossgenot op één van de mooiste banen van Nederland. Als een moeilijk te overtuigen type met een berg zelfontworpen vooroordelen ben ik dan ook naar Assen vertrokken.

Toen ik op het circuit aan kwam rijden werd ik met één klap terug in de tijd geslagen. Ooit (1980) ben ik een keer naar de ‘Daytona Speedweek’ geweest. Het gevoel wat ik daar als jong manneke kreeg had ik nu weer ineens. Kriebels zelfs. In gedachten stond ik weer met een originele cowboyhoed op m’n hoofd een ‘footlong’ hotdog weg te werken. Handen in het gaas. Het weer, de sfeer. Het was er allemaal. Wegdromend slenterde ik door de winkelstraat van Team trucks en tenten. Makkelijk bereikbare ‘zandruiters’ lopen heen en weer of ‘pitbiken’ je voorbij. Ik voelt dat er al eens eerder wat te doen is geweest op dit ‘landgoed’. Er heerst een rust. Een gevoel van ‘het komt goed vandaag’. Als ik langs het restaurant loop zie ik het ‘crosswijze’ tweetal, ‘Den Omroeper en van Gestel’ zitten. ‘Dat is in ieder geval geregeld’, denk ik tevreden. Pitboxen met teams. Prachtig. Ik zet m’n roze bril even af om ook eens goed de minpunten van dit spektakel onder de loep te nemen. Van al die tegenargumenten die ik bedacht in de afgelopen weken waren de promomeisjes in Markelo het minst erg. Gek genoeg kon ik niks vinden. Als je echt wil en goed zoekt is er altijd wel wat te zeiken natuurlijk. ‘Wie plaatst er nou ijzeren hekken’, hoorde ik iemand klagen. In Balen hoorde ik er niemand over. Als de eersten brullend passeren blijft er een lichte galm hangen tussen de hoofdtribune en de gebouwen aan de overkant. Op dat moment besef ik dat ik het nog niet zo goed kan plaatsen allemaal. Het is anders, maar doet m’n hart wel sneller slaan.

Rinus van de Ven
Het lijkt vreemd zand ook. Los en aangezien het niet opgesloten is heb ik het idee dat het makkelijk weggereden zal gaan worden. Maar wat weet ik nou van zand? Als ik de stralende legende Rinus van de Ven naar zijn mening vraag is hij duidelijk. Als ‘baanbedenker’ had ook hij op voorhand wel zijn bedenkingen maar is wel zo professioneel dat hij niet op zulke zaken vooruitloopt. Over de baan layout is hij enthousiast. Dikke tafels en niet te veel gekke fratsen. ‘Ze hebben er van geleerd zou je denken’. Zo’n ‘old school’ opzet is toch nog steeds het meest veilige. Natuurlijk gaat het iets ten koste van het spektakel maar wat heb je nou het liefst. Het enige dat hij een beetje miste is het sociale contact als je een baan rondloopt. Even een praatje en weer verder. ‘Klim maar eens tussen die stoeltjes door’, lacht hij. Kippevel op de tribune. ‘Als ik zie en voel wat er gebeurt als Davy dan op kop doorkomt en al die mensen roepen, toeteren en zwaaien, krijg ik de rillingen over m’n rug. Geweldig gewoon’. ‘Ik hoop dat het opgebracht heeft want het is zeker een aanwinst voor de komende GP kalender’.

Weer verbaas ik me over het lef
Een heerlijk gevoel bekruipt me op de zaterdag. Dat gevoel dat je vandaag al wat moois gaat zien en weet dat het zondag nog gekker wordt. Het zou een week mogen duren. Mooie wedstrijden. Ook de rijders moeten duidelijk wennen maar naarmate de tijd vordert minderen de valpartijen ook. Weer verbaas ik me over het lef. De sprongen zijn er ondanks het losse en zware zand weer niet minder om. Ook de diepe knippen worden als wavesectie gefopt. Een gat overslaan kost zichtbaar geen extra moeite. Makkelijker zelfs. ‘Gewoon’ doen dus. De avond valt en de rijders verdwijnen langzaam maar zeker uit het straatbeeld van deze tijdelijke ‘crossstad’, zo hun bedje in. Moegestreden. Op de camping gaat het gas er nog eens op. Op weg naar de camper van een vriend is er veel te zien. Even nog sta ik te kijken bij een dubbel verlengde bus met luifel. Tafeltje, stoelen en een dikke geluidsinstallatie. Megahard knalt de gabberhouse uit de trillende speakers. Er is niemand, ook niet in de buurt. Niemand klaagt. Het hoort er gewoon bij.

‘Sommigen begrijp ik niet’
Als vroeg worden we wakker gerateld. Karren met spullen. Vrachtwagens laden en lossen, luide stemmen en gelach. ‘Het is begonnen’, denk ik en hijs mezelf omhoog aan de caravan. Er lopen al toeschouwers met rugzak en pet voorbij. Niks te missen. Naarmate we dichter bij het hoofdprogramma komen loopt het terrein steeds voller. De opkomst is groot en daar ben ik blij mee. De wetenschap dat dit evenement en het voortbestaan ervan hiermee valt of staat stelt me gerust. Iedere baan heeft zo zijn eigen favorieten, of is het andersom? Er zijn tegenwoordig zandhazen uit diverse landen wat de strijd in alle klassen mooi maakt. Sommigen verassen en sommigen begrijp ik niet. Zeker als je dan in Lommel bent wezen kijken. Uiteindelijk begrijp ik wel dat zand en weer heel ander zand veel van elkaar kunnen verschillen. Dan moet je ook nog eens goed in je vel zitten. Mijn slechtste dag valt echt niemand op. Ik krijg mijn punten toch wel.

Ik ben overtuigd
Nederland wordt in ere gehouden en dat is altijd mooi. Het publiek juicht en joelt. Als er iemand valt weet je dat meteen. We kijken tenslotte met z’n allen naar de zelfde bochten en schansen. De regenbui van zaterdagnacht heeft de baan duidelijk goed gedaan. Het lijkt wat compacter dus wellicht ietsjes makkelijker te rijden. Maar ja, iets makkelijker dan tering zwaar is nog steeds erg zwaar. Als de punten verdeeld zijn stroomt het snel leeg en staan we al gauw op een bijna verlaten terrein. Er ligt opvallend weinig rommel naast de bakken. Netjes. Als ik alles bij elkaar neem was het een doorslaand succes wat mij betreft. Kritiek zal er altijd zijn. Soms door kenners, soms onwetenden. Soms uit onkunde of verveling. Ik ben overtuigd. Misschien de gladde doorloopbuizen iets de grond in voor een breder loopvlak, maar da’s echt zoeken. Mijn vooroordelen zijn weg. Dit kan alleen maar nog mooier worden volgend jaar. Het was nieuw voor iedereen en daarom heb ik veel respect voor de organisatie. Als je een evenement zo kunt brengen voor de eerste keer, ben je heel wat mans. Daarom Assen…

Fotografie: Folko Fotografie (Folko Haffert) & RGP Photo (Ron van der Bij)