Al meer dan een half uur zit ik naar m’n scherm te staren. Voor het eerst zit ik zonder woorden. Temeer omdat er eigenlijk geen woorden voor zijn.
Doelloos op Facebook rondgestruind maar kan niks “leuken”.
Er is niks leuk. Nu niet. Ook geen positieve momenten nr. 7 van de dag, want er is niks positiefs meer nu. Nee, nu niet. In allerhaast vertrokken we vanmiddag meteen na de voetbal van m’n jongens naar Wemeldinge. De eennalaatste OZK werd daar verreden en we waren precies op tijd. Altijd als mijn zoontje van start gaat krijg ik het benauwd. Natuurlijk, het is dankzij mij dat hij crosst. Misschien is het zelfs wel mijn schuld, maar het is zo verdomde mooi.
Reed zijn manches en alles ging goed. 4e plaats. Als we de laatste manche nog even willen kijken gaat het, volgens mij in de tweede ronde, vreselijk mis. “Er is iemand gevallen!” roept mijn zoontje en rent met zijn broertje naar de plek des onheils. Precies de plaats waar ik een paar manches eerder zelf door een domme stuurfout tegen de vlakte ging.
Al snel worden mijn jongens weggestuurd en ik zie de paniek.
Meteen ligt alles stil en hulptroepen rennen er heen, springend over sloten. Er wordt van alles gesuggereerd maar duidelijk is wel dat het ernst is, hele grote ernst. Van een afstand aanschouw ik het gruwelijke tafereel.
Erik Koote ligt daar, roerloos. Ambulances, politie en een traumahelicopter arriveren snel. Achteraf begrijp ik dat niets snel genoeg zou zijn geweest.
Als we wegrijden weten we eigenlijk nog niks definitiefs. Onderweg heb ik voor Erik gebeden. Ik bid nooit, echt nooit maar nu wel. Op mijn eigen manier. Ik heb God gesmeekt om deze dag alleen maar flink geschrokken te laten eindigen. Een dikke waarschuwing, meer niet.
Eenmaal thuis lees ik een post van Kevin Spruijt. “Blijf vechten maatje”, en ik krijg een sprankje moed. Als ik doorscrol naar een later bericht van Ron Bos begrijp ik dat ze Erik niet meer hebben kunnen helpen.
Ik lees het verschrikkeijke nieuws en moet huilen. Huilen zoals veel jongens en meisjes op het circuit al deden. Ik kende Erik niet eens echt. Alleen een aardige “hey” bij het langslopen in het rennerskwartier, maar dat maakt me niet uit. Thuis in de bank laat het me niet meer los en moet ik steeds denken aan zijn ouders, vriendin, broer en zijn kleine kindje. Wat een ontroostbaar verdriet moet dat zijn. Kon ik maar iets doen, maar dat zullen er veel denken nu.
Weer schiet ik vol. Geen minuutje stilte. Ik ben al de hele avond stil en kan het nog steeds niet bevatten. Langs deze weg wens ik alle nabestaanden, vrienden en bekenden van Erik heel erg veel sterkte met dit grote verlies.

Rust zacht kerel…